Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 15 december 2025 betreffende de goedkeuring van de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 2026/1 van het lokaal bestuur;
Gelet op hoofdstuk 6 ‘Groen’, artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, dat stelt dat een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen niet nodig is voor; letterlijk geciteerd:
“1° het vellen van hoogstammige bomen, op voorwaarde dat aan al de volgende vereisten voldaan is :
a) ze maken geen deel uit van een bos
b) ze liggen in een woongebied in de ruime zin, in een agrarisch gebied in de ruime zin of in een industriegebied in de ruime zin, en niet in een woonparkgebied
c) ze liggen binnen een straal van maximaal 15 meter rondom de vergunde woning, de vergunde landbouwbedrijfswoning of landbouwbedrijfsgebouwen of de vergunde bedrijfswoning of bedrijfsgebouwen
2° het vellen van alleenstaande hoogstammige bomen of van enkele bomen in lijnverband omwille van acuut gevaar en na voorafgaande schriftelijke instemming van de burgemeester.
3° het vellen van hoogstammige bomen, gelegen op terreinen waarvoor een door de bevoegde overheid of bevoegde administratie(s) goedgekeurd beheersplan of beheersvisie bestaat op basis van de milieu- en natuurwetgeving, als het vellen van de hoogstammige bomen als activiteit in dat beheersplan of beheersvisie is opgenomen.
4° het vellen van hoogstammige bomen die deel uitmaken van systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid en waarvan de aanmelding via de verzamelaanvraag en het aanplanten van de bomen is gedaan na 1 juni 2012.
5° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, door of op verzoek van de leidingbeheerder:
a) in de beschermde of voorbehouden zone aan weerszijden van bestaande ondergrondse vervoersinstallaties voor gas of vloeistof
b) in de veiligheidsstrook van 25 meter aan weerszijden van bestaande bovengrondse hoogspanningslijnen
c) in de veiligheidsstrook van vijf meter aan weerszijden van bestaande ondergrondse
hoogspanningslijnen
6° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, door of op verzoek van de spoorwegbeheerder, in toepassing van artikel 2 en 4 van de wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen, als aan een van volgende voorwaarden is voldaan:
a) de hoogstammige bomen zijn gelegen binnen een ruimte van twintig meter van de vrije rand van de bestaande spoorweg
b) de hoogstammige bomen zijn hoger dan de afstand tussen de voet van de boom en de vrije rand van de bestaande spoorweg
7° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, op openbaar domein, mits in de onmiddellijke omgeving in het eerstvolgende plantseizoen een heraanplanting gebeurt”;
Gelet op de collegebeslissing van 21 oktober 2019 omtrent het vellen van 3 bomen omwille van hinderlijke vruchten ter hoogte van Weibroekdreef 19;
Gelet op de collegebeslissing van 7 december 2020 betreffende het verwijderen van bomen in de Weibroekdreef omwille van (geur)hinder;
Gelet op de collegebeslissing van 25 november 2024 betreffende de gunning van de opdracht in het kader van het bestek ‘Snoeien van houtachtige gewassen, vellen van hoogstammige bomen en uitfrezen van boomstronken’ aan de firma Krinkels;
Gelet op de aanwezigheid van 154 stuks Ginkgo biloba in de Weibroekdreef;
Gelet op de meldingen en vragen omtrent hinderlijke vruchten van de bomen ter hoogte van Weibroekdreef 102, 26; dat bij plaatsbezoek werd vastgesteld dat ook de bomen ter hoogte van Weibroekdreef 7, 9, 14, 19 (overkant), 37, 38, 45, 60, 62, 63, 70, 73, 74, 77, 96 (3 stuks), 102 en 105 vruchten dragen en dat het momenteel om 19 bomen gaat met vruchten;
Overwegende dat de zaden die eruit zien als vruchten (ginnan of Ginkgonote) afkomstig zijn van de vrouwelijke Japanse notenboom die pas na 20 jaar vruchten draagt; dat de vruchten een zeer onaangename geur verspreiden en als hinderlijk wordt ondervonden; dat wordt voorgesteld om de bomen met vruchten (vrouwelijke bomen) systematisch te vervangen door mannelijke bomen die geen vruchten zullen dragen, van de variëteit Ginkgo biloba ‘Autumn Gold’;
Overwegende dat wordt voorgesteld om de bomen met vruchten stelstelmatig te laten vellen in het kader van het bestek ‘Snoeien van houtachtige gewassen, vellen van hoogstammige bomen en uitfrezen van boomstronken’ en deze te vervangen in het najaar 2026 door Ginkgo biloba ‘Autumn Gold’ (draagt geen vruchten);
Overwegende dat de raming voor het vellen en uitfrezen van de bomen en een heraanplanting van de nieuwe bomen 6.750,00 euro (incl. btw) bedraagt en dat de betaling kan gebeuren met de kredieten die zijn ingeschreven voor het systematisch groenonderhoud in het meerjarenplan 2026-2031 (ACT-8.104);
Akkoord te gaan om 19 stuks vrouwelijke bomen omwille van (geur)hinder te laten vellen in het kader van het bestek ‘Snoeien van houtachtige gewassen, vellen van hoogstammige bomen en uitfrezen van boomstronken’ in het voorjaar van 2026 en deze te vervangen in het najaar van 2026 door Ginkgo’s zonder vruchten.