Overwegende dat het tarief van de opcentiemen vastgelegd is op 900; dat het voor toekomstige werking van het gemeentebestuur aangewezen is om de financiële draagkracht van de gemeente in overeenstemming te brengen met haar huidige dienstverlening en toekomstig te verwachten initiatieven; dat een financiële draagkracht kan worden gerealiseerd door de gemeentelijke opcentiemen vanaf 2026 vast te leggen op 975;
Overwegende dat de financiering van een kwaliteitsvol gemeentelijk beleid deze belasting vereist;
Gelet op artikel 170 §4 van de Grondwet dat stelt dat geen last of belasting door de gemeente kan ingevoerd worden dan door een beslissing van de raad;
Gelet op het wetboek van de inkomstenbelasting 1992 van 10 april 1992, inzonderheid artikel 464 1° dat de gemeenten verbiedt belastingen te heffen op de materies die onderworpen zijn aan de inkomstenbelastingen; gemeenten zijn niet gemachtigd om opcentiemen te heffen op de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van de niet-verblijfhouders noch gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen; dat de opcentiemen op de onroerende voorheffing een uitzondering vormen op dit principe;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteraadsbelastingen;
Gelet op het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 9 september 2019 betreffende de goedkeuring van het belastingreglement 'gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing';
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 betreffende het belastingreglement op 'gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing';
Het belastingreglement 'gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing' goed te keuren.
Het belastingreglement 'gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing' gaat in op 1 januari 2026.