Terug
Gepubliceerd op 31/03/2025

2025_CBS_01368 - Collegebeslissing betreffende het aanpassen van het net voor het verplaatsen en vervangen van een distributiecabine in de Steenweg Op Deinze op verzoek van Fluvius

College van Burgemeester en Schepenen
ma 17/03/2025 - 16:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Pieter De Crem, burgemeester; Michael Ally; Mathias Van de Walle; Dirk De Smul; Tom Pacqué; Herlinde Trenson; Kristof De Blaere; Jelle Tillieu, schepenen; Luc Jolie, algemeen directeur

Secretaris

Luc Jolie, algemeen directeur

Voorzitter

Pieter De Crem, burgemeester
2025_CBS_01368 - Collegebeslissing betreffende het aanpassen van het net voor het verplaatsen en vervangen van een distributiecabine in de Steenweg Op Deinze op verzoek van Fluvius 2025_CBS_01368 - Collegebeslissing betreffende het aanpassen van het net voor het verplaatsen en vervangen van een distributiecabine in de Steenweg Op Deinze op verzoek van Fluvius

Motivering

Motivering

Gelet op de collegebeslissing van 27 januari betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2024152239) in Aalter, Steenweg op Deinze zn;

Gelet op de aanvraag van 13 februari 2024 van Fluvius voor het aanpassen van het net voor het verplaatsen en vervangen van een distributiecabine in de Steenweg Op Deinze;

Gelet op de ontwerpplannen met nrs. 6000042538_LS01_MS01_MS02_OV01 met aanduiding van de plaats van de werken;

Overwegende dat voor het verplaatsen en vervangen van bestaande cabine 2228 LAUWERS N.V. door een nieuwe cabine 6456 STEENWEG OP DEINZE over een afstand van 60 meter wordt gewerkt;

Overwegende dat de werken in of vlakbij het fietspad worden uitgevoerd; dat bij uitvoering van de werken een veilige doorgang voor de fietsers moet worden voorzien;

Overwegende dat voor het kruisen van de rijweg in de Steenweg Op Deinze gebruik gemaakt wordt van een wachtbuis onder de rijweg; dat de rijweg in geen geval mag opgebroken worden;

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Goedkeuring te verlenen aan de aanvraag en de ontwerpplannen met nrs. 6000042538_LS01_MS01_MS02_OV01 van Fluvius, Bomastraat 11 in Gent voor het vervangen van een distributiecabine, mits er rekening gehouden wordt met de volgende voorwaarden:

  • De wegvergunning voor deze werken dient tijdig te worden aangevraagd via www.aalter.be/inname. Deze dient 15 werkdagen voor de start van de werken aangevraagd te worden zoals terug te vinden in het regelement over de private ingebruikname van het openbaar domein.
  • Vooraleer de werken mogen starten moet de toestemming van het Agentschap Wegen en Verkeer ontvangen zijn.
  • Voor de werken in de Steenweg Op Deinze moet een veilige doorgang voor fietsers voorzien worden, aangezien de leidingen in of vlakbij het fietspad worden aangelegd.
  • Er dient contact opgenomen te worden met de politie omtrent eventuele wegomleidingen.
  • De aanpalende bewoners en bedrijven dienen door de aanvrager minimum 3 werkdagen op voorhand per brief op de hoogte gebracht te worden van de totaliteit van de ondergrondse én bovengrondse werken, de fasering en elke wijziging in de planning. Dit zowel voor de werken in eigen beheer als voor de werken die uitbesteed worden en in opdracht worden uitgevoerd door aannemers. De hinder dient tot een minimum te worden beperkt.
  • Het lokaal bestuur wenst een digitale kopie te ontvangen van de brief die gericht wordt aan de bewoners en bedrijven.
  • Voor aanvang van de werken dient een plaatsbeschrijving digitaal of  in 3 papieren exemplaren bezorgd te worden aan het lokaal bestuur, die door middel van een fotoreportage een globaal beeld geeft van de huidige toestand van het openbaar domein.
  • Alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het standaardbestek 250 versie 4.1.
  • De leidingen worden in de zijberm aangelegd. De rijweg wordt maximaal gevrijwaard en kan onder geen beding worden opgebroken. Het aanleggen van de nieuwe leidingen onder de rijbaan gebeurt door middel van handboringen of gestuurde boringen. 
  • Indien werken in het fietspad in cementbetonverharding niet vermeden kunnen worden gelden volgende voorwaarden voor herstel:
  • Er wordt steeds over de volledige dikte van de verharding ingesneden, over de volledige breedte.
  • De opbraak van een zone wordt voorzien over de volledige breedte van het fietspad en over een lengte van 5 meter.
  • Onderfundering en/of fundering worden in hun oorspronkelijke staat terug hersteld.
  • Voor de aansluiting op de bestaande beton is geen verdeuveling vereist, men voorziet wel een etafoam-band aan de voegen en een voegvulling.
  • Het plaatvak wordt hersteld met ter plaatse gestort wegenisbeton, geschikt volgens de bouwklasse van de rijweg, van voeg tot voeg.
  • Cementbetonverharding wordt in de massa gekleurd indien deze voor aanvang van de werkzaamheden in dezelfde toestand verkeerde. De oppervlaktekleur en wegmarkeringen worden ook terug aangebracht conform de toestand voor de werken.
  • Voor opritten in kws-verharding gelden meer bepaald volgende richtlijnen:
  • De verharding wordt rechtlijnig ingesneden op volle dikte door middel van een zaagsnede. de te vervangen zone is steeds rechthoekig en loopt loodrecht op of evenwijdig met de as van de weg.
  • Op- en afbraakmaterialen die niet ter plaatse gebruikt kunnen worden, worden eigendom van de aannemer en onmiddellijk afgevoerd van de werfzone.
  • Bitumineuze verhardingen met teer als bindmiddel worden afzonderlijk opgebroken en selectief afgevoerd.
  • Aanvullingen, onderfundering en fundering worden aangebracht conform SB 250 rekening houdend met de minimale draagkracht. Op eenvoudig verzoek dienen de resultaten van de proeven voorgelegd te worden aan het lokaal bestuur.
  • Een goede aansluiting met de bestaande asfaltverharding van de oprit en de rijweg door middel van voegband is noodzakelijk.
  • Bij het aanbrengen van kws-verhardingen wordt rekening gehouden met de minimale temperatuur van de lucht zoals bepaald in het standaardbestek.
  • Aanleg van leidingen in open sleuf is toegestaan ter hoogte van bermen, opritten en in voetpaden mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
  • Aanvullingen boven leidingen in open sleuf aangelegd dienen goed te worden gedicht.
  • De opgebroken opritten en fietspaden in kleinschalige verharding dienen oordeelkundig te worden hersteld, met minimale dikte van fundering in mager beton van 20 cm en een legbed van 3 cm zandcement. Gebroken of beschadigde klinkers of betontegels worden vervangen door identieke of gelijkwaardige exemplaren (nieuwe exemplaren vooraf ter goedkeuring voorleggen). Het bestaand legverband wordt gevolgd. De klinkers en betontegels dienen meermaals te worden ingezand. Kasseien worden met voegmortel of split terug ingevoegd.
  • Bermen in steenslagverharding worden met de nodige steenslag heraangelegd, aarden bermen worden terug ingezaaid.
  • Bij alle grondverzet wordt gewerkt volgens de regels (zoals beschreven in het Standaardbestek 250 hoofdstuk 4) zodat nieuwe besmetting met invasieve exoten ten allen tijde wordt vermeden. Bij het vaststellen van nieuwe besmettingshaarden in het jaar na de werkzaamheden zal de aannemer worden opgelegd om de grond op die locatie uit te halen, af te voeren naar een erkende stortplaats en te voorzien van nieuwe, onbesmette grond. 
  • Resultaten van de genomen slagsonde langs de sleuven in berm, voetpadzone en opritten dienen op vraag van het lokaal bestuur ter beschikking te worden gesteld.
  • De nieuwe leidingen worden aangelegd op minimum 30 cm afstand van de bestaande hoofdriolering en ingebuisde grachten. Ze kruisen op minimum 20 cm afstand de bestaande huisaansluitingen op het rioleringsstelsel. Schade aan de openbare riolering (inclusief huisaansluitingen en kolkaansluitingen) ten gevolge van graafwerken wordt onmiddellijk gemeld aan het lokaal bestuur en oordeelkundig hersteld, waarvan het bewijs geleverd wordt door fotomateriaal.
  • Indien werken uitgevoerd worden ter hoogte van aanwezige bomen dienen volgende algemene voorwaarden te worden gerespecteerd, dit zonder afbreuk te doen aan de specifieke richtlijnen die opgelegd kunnen worden door de boomdeskundige:
  • Afbakenen van een ‘beschermingszone’ ter hoogte van de bomen. De beschermingszone moet het wortelgestel beschermen tegen beschadiging. De grootte van de beschermingszone wordt als volgt bepaald: de kroonprojectie + 2,5 meter buiten de kroonprojectie.
  • Binnen de beschermingszone mag er geen bodemverstoring of bodemverdichting zijn, geen ophoging of afgraving van de grond, geen opslag van materiaal, geen afval of puin storten, noch op de grond, noch in een container, geen toegang voor voertuigen of parking, geen tijdelijke gebouwen of werfketen, geen vuurtjes, alle ondergrondse leidingen omleiden buiten de beschermingszone, veranderingen in oppervlakkige waterafvoer in of uit de beschermingszone vermijden, geen waterhoeveelheden groter dan 100 liter uitgieten in de buurt van de bomen (bv spoelwater), solventen niet uitgieten in de buurt van de bomen, veranderingen in drainage zo ontwerpen dat de natuurlijke waterhuishouding binnen de beschermingszone zoveel mogelijk bewaard blijft, het zwenkbereik van torenkranen aanpassen zodat de boomkroon niet kan geraakt worden, ook niet door doorhangende kabels.
  • Verplicht gebruik van perstechniek in de omgeving van de stam (= zone tot 2,5 m van de stam verwijderd), geen open sleuven. Het persen of boren gebeurt recht onder de boomstam om zo het minst wortels te beschadigen. De leidingen en kabels onder de boom moeten minstens 1 m diep gelegd worden.
  • Machinaal grondverzet is verboden; binnen de beschermingszone van de boom (= 2 m tot buiten de kroonprojectie) wordt handmatig een sleuf gegraven, hierbij worden alle wortels met handgereedschap afgezaagd. De wortels worden dwars doorgezaagd met een scherpe handsnoeizaag. De verdere afgraving weg van de boom kan met zwaar materiaal, zonder extra wortelschade voor de boom. Wortels worden zoveel mogelijk behouden en er worden geen wortels dikker dan 5 cm weggenomen.
  • Om de wortels te beschermen tegen uitdroging, wordt het blootgelegd bodemprofiel zo vlug mogelijk afgewerkt met aarde.
  • De uitvoering van de werken dient omzichtig te gebeuren opdat er geen schade wordt aangebracht aan het bovengronds gedeelte van de boom (stam, takken). Bij accidentele schade dient het lokaal bestuur ingelicht te worden, dat zal bepalen welke maatregelen getroffen moeten worden.
  • De bermen dienen in hun oorspronkelijke staat te worden hersteld.
  • Alle afwijkingen moeten goedgekeurd worden door het lokaal bestuur.
  • Een boomdeskundige kan in opdracht van het lokaal bestuur steeds ter plaatse komen ter controle van de werken. De instructies van deze boomdeskundige moeten strikt nageleefd worden.
  • In geval van werken ter hoogte van beplanting gelden volgende voorwaarden:
  • Beschadiging aan beplanting dient zoveel mogelijk te worden voorkomen door middel van onderboring.
  • De te verwijderen beplanting dient vervangen te worden door nieuwe beplanting van dezelfde soort en maat ofwel dient de beplanting gedurende de duur van de werken (maximaal 1 week) te worden ingekuild en zo snel mogelijk opnieuw te worden aangeplant (bij droogte dient aan de beplanting regelmatig water te worden gegeven).
  • Het is verboden materialen ‘allerlei’ te stockeren in beplantingsvakken.
  • Na de uitvoering van de werken dient het openbaar domein volgens de regels van de kunst in goede staat te worden hersteld.
  • Het lokaal bestuur wordt in kennis gesteld van de einddatum van de werken zodat een nacontrole kan uitgevoerd worden in aanwezigheid van de opdrachtgever en uitvoerder.