Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 225 §3 betreffende de criteria die bepalen of vermoed wordt dat een rechtspersoon met welbepaalde taken van gemeentelijk belang belast is;
Gelet op de collegebeslissing van 24 juni 2019 betreffende de samenwerking met het KMTO;
Gelet op de bestaande samenwerking tussen het gemeentebestuur en het KMTO;
Overwegende dat bij de principiële beslissing tot samenvoeging van de gemeenten Aalter en Knesselare als voorwaarde werd opgenomen dat het aanbod van het KMTO in Knesselare behouden blijft;
Overwegende dat het KMTO momenteel als feitelijke vereniging in Knesselare laagdrempelig kunstonderwijs wil aanbieden; dat dit aanbod en de ondersteuning vanuit het gemeentelijk prefusiebestuur reeds bestaat sinds 1987; dat het aantal leerlingen er de laatste jaren is gedaald van 150 naar minder dan 40; dat volgens de vereniging door de lage vergoeding voor de lesgevers er een tekort aan lesgevers is waardoor het mogelijke lesaanbod jaar na jaar daalt;
Overwegende dat voor de feitelijke vereniging de verbondenheid met Knesselare en de laagdrempeligheid essentieel is; dat de vereniging die laagdrempeligheid concreet invult door het niet organiseren van examens voor de leerlingen, door het niet opleggen van diplomavereisten aan de lesgevers, door het niet verplichten van het volgen van andere lessen dan deze welke de leerlingen kiezen, door het toelaten van leerlingen vanaf 14 jaar; dat het hierdoor niet mogelijk is om het KMTO-aanbod te organiseren vanuit een nieuwe richting in het DKO waardoor alle lesgevers de vergoeding (en arbeidsbescherming) voorzien in het DKO zouden kunnen genieten;
Overwegende dat de ondersteuning in het verleden (faciliteiten infrastructuur, vergoeding lesgevers) vanuit het gemeentebestuur naar het KMTO en de tegemoetkoming van het KMTO voor het gebruik van de infrastructuur niet zijn vastgelegd in een algemeen kader; dat er verschillende individuele beslissingen bestaan, voornamelijk met betrekking tot de vergoeding van de lesgevers;
Overwegende dat het gemeentebestuur de feitelijke vereniging zowel logistiek als financieel kan ondersteunen; dat het KMTO op haar beurt zelf zal dienen in te staan voor de organisatie van de activiteiten, de vergoeding van de lesgevers, de noodzakelijke verzekeringen binnen de wettelijke bepalingen;
Overwegende dat vanaf het dienstjaar 2020 een nominatieve subsidie kan gegeven worden aan het KMTO mits volgende voorwaarden:
- missie: het KMTO voert een taak uit die waardevol is voor de inwoners maar geen taak van gemeentelijk belang is die door het gemeentebestuur zelf dient uitgevoerd te worden, de vereniging doet geen beroep op het gemeentebestuur om haar KMTO-missie te realiseren (aankoop van lesmateriaal, betaling van lesgevers, voeren van promotie, regelen van de inschrijvingen, communicatie met de leerlingen, toezicht, ...);
- structuur: het KMTO zal 3 jaar na het ingaan van deze overeenkomst omgevormd zijn van feitelijke vereniging naar VZW;
- financiering: het gemeentebestuur zal het KMTO jaarlijks een dotatie als nominatieve subsidie geven; deze dotatie wordt berekend op basis van de activiteiten van de vereniging (aantal lesgevers, aantal leerlingen, aantal georganiseerde lesuren,...); de vereniging zal hier jaarlijks over rapporteren aan het gemeentebestuur via een jaarverslag dat minstens een overzicht geeft van de inkomsten en de uitgaven en van het aantal ingerichte lesuren; de dotatie wordt als volgt berekend: 0,3 euro per km verplaatsingsvergoeding voor de lesgevers, jaarlijks 2500 euro voor de werkingskosten van de vereniging, 22,8 euro per uur les gegeven door een lesgever met een zelfstandige statuut, 9,3 euro per uur les gegeven door een lesgever met een vrijwilligersstatuut; als een 'uur les geven' wordt verstaan dat een lesgever gedurende 60 minuten aan minstens 2 verschillende leerlingen les geeft;
- het KMTO zal het inschrijvingsbedrag voor de leerlingen afstemmen op de vergoeding voor de lesgevers; de vereniging zal het inschrijvingsbedrag voor de leerlingen daarom vastleggen op minstens 13,2 euro per aangeboden lesuur;
- personeelsinzet: het KMTO staat in voor een correcte vergoeding en verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen) van de lesgevers (vrijwilligers en zelfstandigen), rekening houdend met de toepasselijke wetgeving;
- het KMTO sluit de noodzakelijke verzekeringen af voor het inrichten van de activiteiten (leerlingen, materiaal ...);
Overwegende dat om een simulatie van het bedrag van de nominatieve subsidie te kunnen maken door het KMTO tegen 1 februari 2020 aan het gemeentebestuur een overzicht dient bezorgd te worden van de activiteiten van de vereniging (aantal lesgevers, aantal leerlingen, aantal georganiseerde lesuren,...);
Overwegende dat het concreet voorstel voor het toekennen van de nominatieve subsidie en de voorwaarden waaronder deze wordt toegekend, kan voorgelegd worden voor advies aan het Agentschap Binnenlands Bestuur; dat het KMTO ook voldoende informatie dient te bezorgen met betrekking tot de inkomsten en de uitgaven zodat het Agentschap Binnenlands Bestuur kan beoordelen of er sprake is van een rechtspersoon die met welbepaalde taken van gemeentelijk belang belast is; dat het voorstel nadien wordt voorgelegd aan de gemeenteraad;
Het concreet voorstel voor het toekennen van de nominatieve subsidie en de voorwaarden waaronder deze wordt toegekend, voor advies voor te leggen aan het Agentschap Binnenlands Bestuur, samen met de vraag tot beoordeling of er binnen deze context sprake zou kunnen zijn van een rechtspersoon die beantwoordt aan de criteria van een gemeentelijke vzw.