Terug
Gepubliceerd op 25/02/2020

2020_CBS_00109 - Collegebeslissing betreffende de goedkeuring voor het vellen van een boom en de overwelving van een gracht ter hoogte van de Grote Ganzeplas

College van Burgemeester en Schepenen
ma 13/01/2020 - 15:00 Collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Dirk De Smul, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Luc De Meyer, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2020_CBS_00109 - Collegebeslissing betreffende de goedkeuring voor het vellen van een boom en de overwelving van een gracht ter hoogte van de Grote Ganzeplas 2020_CBS_00109 - Collegebeslissing betreffende de goedkeuring voor het vellen van een boom en de overwelving van een gracht ter hoogte van de Grote Ganzeplas

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op artikel 3, §1 van het bosdecreet van 31 juni 1990 dat stelt dat onder de voorschriften van dit decreet vallen; letterlijk geciteerd: “de bossen zijnde grondoppervlakte waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken waartoe een eigen fauna en flora behoren en die 1 of meer functies vervullen”;

Gelet op artikel 3, §2 van het bosdecreet van 13 juni 1990 dat stelt dat onder de voorschriften van dit decreet tevens vallen; letterlijk geciteerd:

1/ de kaalvlakten, voorheen met bos bezet, die tot het bos blijven behoren

2/ niet beboste oppervlakten die nodig zijn voor het behoud van het bos, zoals boswegen, de brandwegen, de aanpalende of binnen het bos gelegen stapelplaatsen, dienstterreinen en ambtswoningen

3/ bestendig bosvrije oppervlakten of stroken en recreatieve uitrustingen binnen het bos

4/ de aanplantingen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de houtvoortbrengst onder meer die van populier en wilg

5/ de grienden”;

Gelet op artikel 25, §3, 2° van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 dat stelt dat in de GEN en de GENO volgende voorschriften gelden, letterlijk geciteerd:

“2° behoudens individuele ontheffing, verleend door het Agentschap voor Natuur en Bos of algemene ontheffing, is het verboden:

2) behoudens in toepassing van een goedgekeurd beheersplan conform het bosdecreet van 13 juni 1990, de vegetatie, de vegetatie, met inbegrip van meerjarige cultuurgewassen of van kleine landschapselementen te wijzigen;

 Gelet op artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid dat stelt dat volgende activiteiten verboden zijn in gebieden behorende tot een GEN of GENO, letterlijk geciteerd:

“2° bij het beheer van bossen in de zin van artikel 3, §§ 1 en 2 van het Bosdecreet af te wijken van de criteria voor duurzaam bosbeheer zoals vastgesteld in uitvoering van artikel 41 van het Bosdecreet, uitgezonderd indien voorzien in een goedgekeurd beheersplan conform het Bosdecreet”;

Gelet op artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 dat stelt dat, letterlijk geciteerd:

“§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 9 van het decreet is het wijzigen van de volgende kleine landschapselementen en vegetaties verboden:

1° holle wegen

2° graften

3° bronnen

4° historisch permanent grasland en poelen gelegen in groengebieden, parkgebieden, buffergebieden en bosgebieden

5° vennen en heiden

6° moerassen en waterrijke gebieden

7° duinvegetaties

§ 2. Voor zover uitdrukkelijk voldaan is aan de zorgplicht opgelegd door artikel 14 van het decreet, geldt het in § 1 bedoelde verbod niet wanneer de activiteiten tot wijziging van kleine landschapselementen en vegetaties:

1° hetzij worden uitgevoerd op huiskavels van een vergunde woning en/of bedrijfsgebouw en gelegen binnen een straal van maximum 100 meters rondom de vergunde woning en/of bedrijfsgebouw voor zover ze respectievelijk bewoond of in gebruik zijn. Deze straal wordt beperkt tot 50 meter als groengebied, parkgebied, buffergebied of bosgebied bestreken wordt.

Voor zover gelegen binnen groengebieden, parkgebieden, buffergebieden en bosgebieden wordt dit beperkt tot het kadastraal perceel van de vergunde woning en/of bedrijfsgebouw met een maximale straal van 50 meter rondom de vergunde woning en/of bedrijfsgebouw.

2° hetzij worden uitgevoerd op basis van een regelmatige bouwvergunning afgeleverd met toepassing van de wetgeving op de ruimtelijke ordening na advies van het Agentschap en voor zover uitdrukkelijk is voldaan aan de bepalingen van artikel 16 van het decreet inzake het tegengaan van vermijdbare schade.

3° hetzij zijn geregeld in:

a) een beheersplan voor natuurreservaten goedgekeurd met toepassing van de wetgeving op het natuurbehoud

b) een beheersplan goedgekeurd met toepassing van het Bosdecreet van 13 juni 1990

c) in een inrichtingsplan goedgekeurd met toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 houdende nadere regelen betreffende de landinrichting en voor zover zij zijn uit te voeren in opdracht van het landinrichtingscomité

d) een kavelplan goedgekeurd met toepassing van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen en voor zover zij zijn uit te voeren in opdracht van het ruilverkavelingscomité

e) een goedgekeurd natuurinrichtingsproject

f) een beheersplan goedgekeurd met toepassing van het decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen

4° hetzij normale onderhoudswerken betreffen

Voor de plannen en projecten bedoeld in het eerste lid 3° die na de inwerkingtreding van dit besluit worden goedgekeurd, geldt de in het eerste lid bedoelde vrijstelling van de verbodsbepalingen enkel voor de activiteiten die als dusdanig expliciet zijn opgenomen in het plan of het project”;

Gelet op hoofdstuk 6 ‘Groen’, artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, dat stelt dat een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen niet nodig is voor; letterlijk geciteerd:

“1° het vellen van hoogstammige bomen, op voorwaarde dat aan al de volgende vereisten voldaan is :

a) ze maken geen deel uit van een bos

b) ze liggen in een woongebied in de ruime zin, in een agrarisch gebied in de ruime zin of in een industriegebied in de ruime zin, en niet in een woonparkgebied

c) ze liggen binnen een straal van maximaal 15 meter rondom de vergunde woning, de vergunde landbouwbedrijfswoning of landbouwbedrijfsgebouwen of de vergunde bedrijfswoning of bedrijfsgebouwen

2° het vellen van alleenstaande hoogstammige bomen of van enkele bomen in lijnverband omwille van acuut gevaar en na voorafgaande schriftelijke instemming van de burgemeester.

3° het vellen van hoogstammige bomen, gelegen op terreinen waarvoor een door de bevoegde overheid of bevoegde administratie(s) goedgekeurd beheersplan of beheersvisie bestaat op basis van de milieu- en natuurwetgeving, als het vellen van de hoogstammige bomen als activiteit in dat beheersplan of beheersvisie is opgenomen.

4° het vellen van hoogstammige bomen die deel uitmaken van systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid en waarvan de aanmelding via de verzamelaanvraag en het aanplanten van de bomen is gedaan na 1 juni 2012.

5° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, door of op verzoek van de leidingbeheerder:

a) in de beschermde of voorbehouden zone aan weerszijden van bestaande ondergrondse vervoersinstallaties voor gas of vloeistof

b) in de veiligheidsstrook van 25 meter aan weerszijden van bestaande bovengrondse hoogspanningslijnen

c) in de veiligheidsstrook van vijf meter aan weerszijden van bestaande ondergrondse hoogspanningslijnen

6° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, door of op verzoek van de spoorwegbeheerder, in toepassing van artikel 2 en 4 van de wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen, als aan een van volgende voorwaarden is voldaan:

a) de hoogstammige bomen zijn gelegen binnen een ruimte van twintig meter van de vrije rand van de bestaande spoorweg

b) de hoogstammige bomen zijn hoger dan de afstand tussen de voet van de boom en de vrije rand van de bestaande spoorweg

7° het vellen van hoogstammige bomen die geen deel uitmaken van een bos, op openbaar domein, mits in de onmiddellijke omgeving in het eerstvolgende plantseizoen een heraanplanting gebeurt”;

Gelet op artikel 4.2.1, 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat onder meer stelt dat niemand zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen met bomen begroeide oppervlakten, vermeld in artikel 3, §1 en §2, van het bosdecreet van 13 juni 1990 mag ontbossen, zoals vermeld in artikel 4, 15°, van dat decreet;

Gelet op artikel 4.2.1, 3° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat onder meer stelt dat niemand zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen bomen die op een hoogte van één meter boven het maaiveld een stamomtrek van één meter hebben, en geen deel uitmaken van de oppervlakten, vermeld in 2°, mag vellen;

Gelet op bijlage 1, 1.1 ‘inleiding’ van de omzendbrief van 10 november 1998 betreffende algemene maatregelen inzake natuurbehoud en wat de voorwaarden voor het wijzigen van vegetatie en kleine landschapselementen betreft volgens het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu dat stelt dat, letterlijk geciteerd:

De regeling van het besluit bepaalt dat de verboden, natuurvergunningsplicht of meldingsplicht voor activiteiten die leiden tot de wijziging van vegetaties of van kleine landschapselementen niet gelden voor normale onderhoudswerken voor zover voldaan is aan de zorgplicht, opgelegd door artikel 14 van het natuurdecreet”;

Gelet op de collegebeslissing van 6 januari 2020 betreffende de gunning van de opdracht in het kader van het bestek ‘Snoeien van houtachtige gewassen, vellen van hoogstammige bomen en uitfrezen van boomstronken’ aan de firma Ecosnoei bvba, Haagstraat 63 in Asper;

Gelet op de goedgekeurde omgevingsvergunning van 17 december 2018 aan mevrouw Vanluchene Chantal voor het bouwen van een woning ter hoogte van de Grote Ganzeplas;

Gelet op het verzoek van de eigenaar van het perceel Grote Ganzeplas kadastraal gekend onder afdeling 2, sectie C nummer 0984C2 tot toestemming om de bestaande aanliggende oprit en overwelving deels op te breken en te vervangen door een nieuwe waarbij de kosten zullen gedragen worden door de aanvrager en het verzoek tot het vellen van een boom, eigendom van het gemeentebestuur, die zich in de wegberm bevindt;

Overwegende dat bij de inrichting van de Grote Ganzeplas een toegang tot elk perceel werd voorzien; dat ter hoogte van het open grachtenstelsel een overwelving werd geplaatst met gemetste kopmuren; dat om het aantal overwelvingen te beperken waar mogelijk aanliggende opritten werden geplaatst;

Overwegende dat de nieuwe toegang tot het perceel die wordt voorzien door de aanvrager niet werd ingetekend bij de omgevingsvergunning en bijgevolg ook niet werd aangevraagd; dat door het creëren van deze nieuwe toegang een boom (beuk met stamomtrek 90 cm) de toegang tot het perceel hindert en dat de boom bijgevolg dient te worden geveld indien de nieuwe toegang tot het perceel wordt goedgekeurd;

Overwegende dat door het vervangen van één aanliggende oprit van 8 m door twee afzonderlijke opritten van 4 m, de kans op verstopping ter hoogte van de instroomconstructies toeneemt; dat de eigenaars zelf instaan voor het weghalen van mogelijke obstakels;

Overwegende dat bij de inplanting van de toegang tot het perceel maximaal rekening dient te worden gehouden met het behoud van de bestaande bomenrij conform de algemene bepalingen van het RUP woonpark;

Overwegende dat de kostprijs voor het vellen van de boom en het uitfrezen van de boomstronk 77,5 euro bedraagt (excl. btw) of 93,78 euro (incl. btw);

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 ยง2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Budgetsleutels

2020/GBBWEGDOM/0680-20/614009/BESTUUR/CBS/IP-GEEN

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Uitzonderlijk toestemming te verlenen voor het plaatsen van een nieuwe overwelving mits naleving van volgende voorwaarden:

- De bestaande overwelving dient deels te worden opgebroken tot de aanliggende perceelsgrens. De oevers op deze locatie(s) dienen in de oorspronkelijke staat te worden hersteld

- De bestaande inbuizing als toegang tot het aanpalend perceel dient te worden beschermd met een nieuwe gemetste kopmuur.  Het baksteenmetselwerk heeft een minimale dikte van 0,30 m en wordt geplaatst op betonfundering. De dagzijden worden ingevoegd en alle metselwerk in contact met de grond wordt voorzien van pleisterwerk (dikte 0,10 m) en door 2 lagen koolteer waterdicht gemaakt

- De nieuwe toegang tot het perceel wordt beperkt tot 4 m conform de voorwaarden van het RUP. Er kan slechts    één overwelving per kadastrale legger worden toegelaten

- Na de werken staat de eigenaar in voor een goede en blijvende doorstroming van het regenwater ter hoogte van deze constructie. Eventuele obstakels van bladeren en takken voor de instroming dient door de eigenaar te worden verwijderd

- Het onderhoud, de plaatsing van deze constructie en eventuele herstellingen bij schade is op kosten van de aanvrager

- Indien later om welke reden ook, geoordeeld wordt dat de plaats in haar vorige staat moet worden hersteld en/of dat leidingen en andere installaties moeten verplaatst of weggenomen worden, zullen de vergunninghouder, de opvolgers of rechthebbenden ertoe gehouden zijn dit te doen op het eerste verzoek van de gemeente, zonder uit dien hoofde enige vergoeding of schadeloosstelling te kunnen eisen

- Na uitvoering worden de werken opgeleverd in aanwezigheid van de gemeentelijke administratie

- Uitvoeringswijze:

  • De as van de overwelving zal overeenstemmen met de as van de baangracht
  • De overwelving wordt uitgevoerd onder vloeiend bodemverhang, aansluitend op het oorspronkelijk tracé en niveau ervan
  • De doorstroming van het water in de gracht dient tijdens de uitvoering van de werken steeds verzekerd te blijven
  • Het overwelvingselement heeft een minimale binnen diameter van 400 mm. De ronde betonbuizen zijn voorzien van een uitwendige mofverbinding. De verbindingen dienen te worden uitgevoerd met rubberen dichtingsringen. De buizen of kokers dienen BENOR gekeurd te zijn. De verkrijger moet ervoor zorgen dat het sterktetype van de buizen of kokers voldoet aan de gebruiksbestemming van de overwelving en zullen worden gelegd op een bed van verdicht of gestabiliseerd zand met een dikte van minimum 0,20 m. De sleuf wordt aangevuld met zand of goede aanvulgrond
  • De betonbuizen dienen geplaatst te worden in een volledig ontruimde grachtbodem zonder schade toe te brengen aan de grachtkanten en mogelijk aanwezige nutsleidingen. De toegebrachte schade valt volledig ten laste van de vergunninghouder
  • Het gemeentebestuur laat de aanvrager vrij om al of niet kopmuren te plaatsen op de nieuwe overwelving. Indien gekozen wordt om de overwelving te accentueren met kopmuren, dienen deze te worden opgericht in vaste materialen. Indien geen kopmuren worden voorzien, dienen de vrije uiteinden van de overwelving schuin worden afgewerkt en indien nodig verstevigd (funderingsbeton, grachtelementen of breukstenen)
  • De verharding aangelegd boven de overwelving bestaat   uit losse  waterdoorlatende verharding zoals dolomiet of uit klinkerverharding. Het hellingspercentage bedraagt minimaal 0,02 m en maximaal 0,04 m per meter in de richting van de as van de weg.

Artikel 2

De boom te laten vellen door de externe aannemer, aangesteld door het gemeentebestuur en heraanplanting te voorzien in het najaar 2020 elders in de straat, op kosten van de aanvrager.

Artikel 3

De inwoner van deze beslissing op de hoogte te brengen.