Gelet op artikel 33/1 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten waarin bepaald wordt dat het centraal kerkbestuur, ook namens de kerkfabrieken die eronder vallen, afspraken kan maken met de gemeenteoverheid. Die afspraken zijn bindend voor het centraal kerkbestuur, het gemeentebestuur en de betrokken kerkfabrieken;
Gelet op artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten dat bepaalt dat het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een opsomming van de afspraken met de gemeente of provincie;
Gelet op artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten dat bepaalt dat de afspraken beperkingen kunnen bevatten voor de aanwending van de in het meerjarenplan opgenomen kredieten, afspraken over het tijdstip en de wijze van uitbetaling van de toelagen en aanvullende voorwaarden voor het doorvoeren van interne kredietaanpassingen. Die opsomming is niet limitatief;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 14 oktober 2013 van prefusiebestuur Aalter betreffende de afspraken die werden gemaakt met de individuele kerkfabrieken als bijlage bij hun meerjarenplan en latere wijzigingen;
Gelet op de collegebeslissing van 26 augustus 2019 betreffende de afsprakennota met het centraal kerkbestuur;
Gelet op de overlegvergadering tussen het centraal kerkbestuur en het gemeentebestuur op 27 mei 2019 waarop onder andere het ontwerp van afsprakennota werd besproken;
Overwegende dat prefusiebestuur Knesselare geen afspraken had vastgelegd in een afsprakennota met het centraal kerkbestuur;
Overwegende dat de afsprakennota een onderdeel is van het meerjarenplan, naast de strategische nota en de financiële nota; dat hij dus dezelfde goedkeuringsprocedure volgt als het meerjarenplan en bijgevolg dient voorgelegd te worden aan de gemeenteraad;
Overwegende dat tijdens het overleg een aantal opmerkingen op het ontwerp van afsprakennota werden geformuleerd;
Overwegende dat de afsprakennota werd aangepast; dat in het ontwerp werd opgenomen dat de kerkfabriek zich voor de opmaak van het meerjarenplan 2020-2025 baseert op de bedragen uit het budget 2018; dat de exploitatieuitgaven in het budget 2020 niet hoger mogen zijn dan in het budget 2018, maar in de verdere jaren wel mogen geïndexeerd worden met 1,5% per jaar;
De afsprakennota 2020-2025 met het centraal kerkbestuur goed te keuren.