Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen meer bepaald artikel 4.2.2.1.7. dat stelt bij de aanvraag tot vrijstelling van de heffing waterverontreiniging een attest uitgereikt door de burgemeester moet worden gevoegd waaruit blijkt dat de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is gebouwd en wordt geëxploiteerd volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het Vlarem;
Gelet op de aanvraag voor een attest tot vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging voor particuliere zuivering vanwege de heer Arnold De Poorter, Leurebroekdreef 1 in Aalter;
Overwegende dat door de cel Ruimtelijke organisatie en leefomgeving een staal van het effluent werd genomen op 18 juli 2019;
Overwegende dat de betrokken zuiveringsinstallatie gebouwd is en geëxploiteerd wordt volgens de code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van Vlarem II;
Overwegende dat het resultaat van de analyse uitgevoerd door het Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek aantoont dat de waarden voldoen aan de Vlarem II norm;
Gelet op het gunstig advies van de cel Ruimtelijke organisatie en leefomgeving;
Het attest tot vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging wegens particuliere zuivering af te leveren aan de heer Arnold De Poorter, Leurebroekdreef 1 in Aalter.