Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 januari 2019 betreffende de verkiezing van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 januari 2019 betreffende het bijzonder comité voor de sociale dienst. Samenstelling. Verkiezing;
Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 11 maart 2019 betreffende de verkiezing van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
Gelet op het verzoekschrift van 14 november 2019 van meester Luc Deceuninck, raadsman van de heer Dieter Alyn, die namens zijn cliënt de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn verzoekt om een agendapunt op te nemen waarbij volgende zaken worden opgenomen (letterlijk geciteerd):
(1) Of de vorige beslissing (die van 11/03/2019 zou dateren) of beslissingen om de zetel vacant te laten al dan niet dient/dienen gehandhaafd, dan wel ingetrokken.
(2) Bij intrekking van de vorige beslissing(en) over te gaan tot verkiezing tussen de twee kandidaten Philippe De Rycke – Dieter Alyn voor de alsnog vacante zetel in het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Overwegende dat de raadsman van de heer Alyn zich baseert op een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg in Gent; dat deze rechtbank heeft geoordeeld zelf geen rechtsmacht te hebben om zich (ten gronde) uit te spreken over het tussen de partijen gerezen geschil over de verkiezing van het (aan de lijst Open VLD Plus toegewezen) laatste lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst; dat de rechtbank oppert dat de meest gerede partij zich kan wenden tot de raad voor maatschappelijk welzijn of tot de raad voor verkiezingsbetwistingen; dat de raad voor maatschappelijk welzijn bijvoorbeeld, na intrekking van haar besluit van 11 maart 2019, alsnog zou kunnen beslissen om over te gaan tot een stemming over de beide ontvankelijke voordrachten voor de lijst Open VLD Plus voor de (ene) zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst die aan die laatste lijst toekomt (zijnde een scenario waarin artikel 93 van het decreet lokaal bestuur weliswaar niet specifiek voorziet, maar dat het anderzijds ook niet expliciet verbiedt of uitsluit);
Overwegende dat voor Open VLD Plus twee voordrachtsakten werden ingediend; dat het gegeven dat er twee akten zijn, impliceert dat er voor die lijst meer kandidaat-leden werden voorgedragen dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen overeenkomstig artikel 91 van het decreet over het lokaal bestuur; dat die twee akten ontvankelijk zijn maar dat er nooit meer kandidaten per lijst kunnen worden voorgedragen dan toegewezen aan die lijst; dat het probleem van de twee geldige voordrachtsakten zich voordoet op het niveau van de kandidaten welke niet beiden kunnen verkozen worden, immers Open VLD Plus beschikt over één zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst; dat noch het decreet over het lokaal bestuur, noch de memorie van toelichting, noch de omzendbrief uitdrukkelijk voorzien in de situatie waarin twee ontvankelijke aktes ingediend worden; dat dit een juridisch vacuüm is; dat er vastgesteld moet worden dat de zetel niet ingevuld kan worden want er zijn in het decreet geen criteria voorzien waaruit blijkt dat in die situatie de zetel aan de ene of de andere kandidaat moet toekomen; dat nergens bepaald is dat de zetel toekomt aan de kandidaat van wie de voordrachtsakte eerst is ingediend; dat het overgaan tot een stemming tussen de twee voorgedragen kandidaten impliceert dat er steeds een benadeelde persoon zal zijn; dat artikel 93, 5e lid juncto artikel 95, 4e lid van het decreet over het lokaal bestuur niet kan worden toegepast aangezien de aktes wel degelijk ontvankelijk zijn; dat in het decreet enkel verwezen wordt naar de lijsten die kandidaten mogen voordragen; dat het feit dat het OCMW-raadslid dat de tweede voordrachtsakte ingediend heeft nu als onafhankelijke zetelt geen enkele invloed heeft op de beoordeling van de akte; dat tot zolang één van beide kandidaten geen afstand doet van het opnemen van zijn mandaat, de zetel van Open VLD Plus dus niet ingevuld kan worden; dat het feit dat het decreet over het lokaal bestuur geen criterium aanreikt om te kiezen tussen beide voordrachtsaktes zwaarder doorweegt dan het feit dat het decreet over het lokaal bestuur een vast aantal leden voorziet voor het bijzonder comité voor de sociale dienst; dat dit blijkt uit artikel 110 juncto artikel 26 van het decreet over het lokaal bestuur dat bepaalt dat er geldig vergaderd kan worden wanneer de helft van de leden aanwezig is;
Overwegende dat wat het verzoek betreft het decreet over het lokaal bestuur geen enkele grondslag biedt om deze voorliggende impasse op te lossen;
Overwegende dat bij het organiseren van een verkiezing - hoewel nergens voorzien, noch verboden - zoals voorgesteld, niets de niet-verkozene weerhoudt om een klacht in te dienen waardoor de impasse niet opgelost wordt;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 304 dat de bepalingen bevat betreffende inspraak, voorstellen van burgers en verzoekschriften aan de organen van het lokaal bestuur;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2018/3;
Gelet op het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn, artikel 38 tot en met 40 waarin de bepalingen zijn opgenomen voor de behandeling van verzoekschriften van burgers;
Niet in te gaan op het verzoek.