Gelet op artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen;
Gelet op de collegebeslissing van 26 november 2018 betreffende het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning voor cabine 6299 Pauwelsbos 1;
Gelet op de brief van 20 maart 2018 van Eandis waarbij de toelating gevraagd wordt voor het slopen van een metalen cabine 1455 Pauwelsbos in de Stekelbeekstraat door een prefab cabine 6299 Pauwelsbos 1 en het vernieuwen van de openbare verlichtings-, laagspannings- en middenspanningsleidingen in Pauwelsbos;
Gelet op de ontwerpplannen nr. R204175 OV + LS + MS met aanduiding van de plaats van de werken;
Overwegende dat 135 m middenspanningsleiding en 175 m laagspanningsleiding en 175 m openbare verlichtingskabel wordt vernieuwd tussen de te slopen metalen cabine 1455 Pauwelsbos in de Stekelbeekstraat en de nieuwe prefab cabine 6299 Pauwelsbos 1 in Pauwelsbos;
Goedkeuring te verlenen aan de ontwerpplannen nr. R204175 OV + LS + MS van Eandis, Bomastraat 11 in Gent voor het slopen van een metalen cabine 1455 Pauwelsbos in de Stekelbeekstraat door een prefab cabine 6299 Pauwelsbos 1 en het vernieuwen van de openbare verlichtings-, laagspannings- en middenspanningsleidingen in Pauwelsbos, mits er rekening gehouden wordt met de volgende voorwaarden:
- betonvak minimaal over halve lengte van het vak uitbreken en herstellen tot aan bestaande voeg en nieuwe plaat verdeuvelen.
- er wordt steeds over de volledige dikte van de verharding ingesneden. De vorm van de te vernieuwen zone is steeds rechthoekig.
- voor doorgaand gewapend beton is de lengte en de breedte van de uitbraakzone nooit kleiner dan 2,5 m. De breedte is nooit kleiner dan een halve rijstrookbreedte.
- de nominale lengte van de betonplaten bij ongewapend beton is 5 m, tenzij anders vermeld in de opdrachtdocumenten.
- wanneer evenwel de lengte van de te vernieuwen strook niet overeenstemt met een veelvoud van 5 m, mag de plaatlengte variëren van 4 m tot 6 m.
- de verharding wordt rechtlijnig ingesneden op volle dikte door middel van een zaagsnede; de te vervangen zone is steeds rechthoekig en loopt loodrecht op of evenwijdig met de as van de weg.
- op- en afbraakmaterialen die niet ter plaatse gebruikt kunnen worden, worden eigendom van de aannemer en onmiddellijk afgevoerd van de werfzone.
- bitumineuze verhardingen met teer als bindmiddel worden afzonderlijk opgebroken en selectief afgevoerd.
- aanvullingen, onderfundering en fundering worden aangebracht conform SB 250 rekening houdend met de minimale draagkracht. Op eenvoudig verzoek dienen de resultaten van de proeven voorgelegd te worden aan het gemeentebestuur.
- een goede aansluiting met de bestaande asfaltverharding van de oprit en de rijweg door middel van voegband is noodzakelijk.
- bij het aanbrengen van kws-verhardingen wordt rekening gehouden met de minimale temperatuur van de lucht zoals bepaald in het standaardbestek.
- aanvullingen boven leidingen in open sleuf aangelegd dienen goed te worden gedicht.
- de opgebroken opritten en fietspaden in kleinschalige verharding dienen oordeelkundig te worden hersteld, met minimale dikte van fundering in mager beton van 20 cm en een legbed van 3 cm zandcement. Gebroken of beschadigde klinkers of betontegels worden vervangen door identieke of gelijkwaardige exemplaren. Het bestaand legverband wordt gevolgd. De klinkers en betontegels dienen meermaals te worden ingezand. Kasseien worden met voegmortel of split terug ingevoegd.
- bermen in steenslagverharding worden met de nodige steenslag heraangelegd, aarden bermen worden terug ingezaaid.
- resultaten van de genomen slagsonde langs de sleuven in berm, voetpadzone en opritten dienen op vraag van het gemeentebestuur ter beschikking te worden gesteld.
- afbakenen van een ‘beschermingszone’ ter hoogte van de bomen. De beschermingszone moet het wortelgestel beschermen tegen beschadiging. De grootte van de beschermingszone wordt als volgt bepaald: de kroonprojectie + 2,5 meter buiten de kroonprojectie.
- binnen de beschermingszone mag er geen bodemverstoring of bodemverdichting zijn, geen ophoging of afgraving van de grond, geen opslag van materiaal, geen afval of puin storten, noch op de grond, noch in een container, geen toegang voor voertuigen of parking, geen tijdelijke gebouwen of werfketen, geen vuurtjes, alle ondergrondse leidingen omleiden buiten de beschermingszone, veranderingen in oppervlakkige waterafvoer in of uit de beschermingszone vermijden, geen waterhoeveelheden groter dan 100 liter uitgieten in de buurt van de bomen (bv spoelwater), solventen niet uitgieten in de buurt van de bomen, veranderingen in drainage zo ontwerpen dat de natuurlijke waterhuishouding binnen de beschermingszone zoveel mogelijk bewaard blijft, het zwenkbereik van torenkranen aanpassen zodat de boomkroon niet kan geraakt worden, ook niet door doorhangende kabels.
- verplicht gebruik van perstechniek in de omgeving van de stam (= zone tot 2,5 m van de stam verwijderd), geen open sleuven. Het persen of boren gebeurt recht onder de boomstam om zo het minst wortels te beschadigen. De leidingen en kabels onder de boom moeten minstens 1 m diep gelegd worden.
- machinaal grondverzet is verboden; binnen de beschermingszone van de boom (= 2 m tot buiten de kroonprojectie) wordt handmatig een sleuf gegraven, hierbij worden alle wortels met handgereedschap afgezaagd. De wortels worden dwars doorgezaagd met een scherpe handsnoeizaag. De verdere afgraving weg van de boom kan met zwaar materiaal, zonder extra wortelschade voor de boom. Wortels worden zoveel mogelijk behouden en er worden geen wortels dikker dan 5 cm weggenomen.
- om de wortels te beschermen tegen uitdroging, wordt het blootgelegd bodemprofiel zo vlug mogelijk afgewerkt met aarde.
- de bermen dienen in hun oorspronkelijke staat te worden hersteld.
- alle afwijkingen moeten goedgekeurd worden door het gemeentebestuur.
- beschadiging aan beplanting dient zoveel mogelijk te worden voorkomen door middel van onderboring.
- de te verwijderen beplanting dient vervangen te worden door nieuwe beplanting van dezelfde soort en maat ofwel dient de beplanting gedurende de duur van de werken (maximaal 1 week) te worden ingekuild en zo snel mogelijk opnieuw te worden aangeplant (bij droogte dient aan de beplanting regelmatig water te worden gegeven).