Gelet op artikel 170 §4 van de Grondwet dat stelt dat geen last of belasting door de gemeente kan ingevoerd worden dan door een beslissing van de raad;
Gelet op de Bijzondere Wet betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten van 16 januari 1989 en later wijzigingen, titel III/1 betreffende de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting;
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 van 10 april 1992, de artikelen 465 tot 470 bis betreffende de aanvullende belastingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 en alle latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure voor provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het gemeenteraadbesluit van 25 januari 2019 betreffende de goedkeuring van het reglement 'aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting',
Gelet op de collegebeslissing van 4 november 2019 betreffende de goedkeuring van het reglement 'aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting';
Overwegende dat voor het aanslagjaar 2020 de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting zal vastgesteld worden op 5,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar;
Overwegende dat dit geen afbreuk doet aan de beleidsvrijheid van het bestuur voor de komende jaren; dat de aanslagvoet jaarlijks kan herzien worden en opnieuw vastgesteld kan worden;
Overwegende dat de financiering van een kwaliteitsvol gemeentelijk beleid deze belasting vereist;
Het reglement 'aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting' van 25 januari 2019 op te heffen vanaf 1 januari 2020.
Het reglement 'aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting' goed te keuren met ingang van 1 januari 2020.