Gelet op artikel 56 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 dat stelt dat het college van burgemeester en schepenen de beraadslagingen en de besluiten van de gemeenteraad voorbereidt;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 en alle latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure voor provincie- en gemeenteraadsbeslissingen;
Gelet op de Bijzondere Wet betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten van 16 januari 1989 en latere wijzigingen, titel III/1 betreffende de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting;
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 van 10 april 1992, de artikelen 465 tot 470 bis betreffende de aanvullende belastingen;
Gelet op de gemeenteraadbeslissing van 25 januari 2019 betreffende de goedkeuring van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting;
Overwegende dat voor het aanslagjaar 2020 net zoals het voorgaande jaar de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting vastgelegd werd op 5,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar;
Overwegende dat dit geen afbreuk doet aan de beleidsvrijheid van het bestuur voor de komende jaren; dat de aanslagvoet jaarlijks kan herzien worden en opnieuw vastgesteld worden;
Overwegende dat de financiering van een kwaliteitsvol gemeentelijk beleid deze belasting vereist;
Het reglement aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting ter goedkeuring voor te leggen tijdens een volgende gemeenteraadszitting.