Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), met latere wijzigingen, inzonderheid deel 3 (betreffende het opleggen van bijzondere vergunningsvoorwaarden), deel 4 (betreffende de algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen) en deel 5 (betreffende de sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen);
Gelet op het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 8 betreffende het uitvoeren van de watertoets door overheden die over een vergunning, een plan of programma moeten beslissen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingsbesluiten;
Gelet op het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 15 §1 dat stelt dat het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg is bevoegd voor volgende aanvragen van: 1° de gemeentelijke projecten, 2° andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of deputatie bevoegd is;
Gelet op de beslissing van de deputatie van 31 januari 2019 betreffende het weigeren van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen aan De Clercq Ter Leurebroek LV, Leurebroekdreef 2 in Aalter voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning aan de Leurebroekdreef 2 in Aalter en gekend in het kadaster Aalter, afd. 6, sectie A, nr. 870C; dat het college van burgemeester en schepenen op 7 januari 2019 een gunstig advies verleende;
Gelet op het beroepschrift van 26 februari 2019 ingediend door advocaat Bruno Van Cauwenbergh optredend voor De Clercq Ter Leurebroek LV bij het Departement Omgeving tegen de weigeringsbeslissing van de deputatie;
Gelet op de adviesvraag van 15 april 2019 van het Departement Omgeving gericht aan het college van burgemeester en schepenen; dat binnen een termijn van dertig dagen een advies in het beroepsdossier kan worden ingediend;
Gelet op het advies van de omgevingsambtenaar van 7 mei 2019 dat letterlijk luidt als volgt:
Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften:
Het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft, is volgens het gewestplan Eeklo-Aalter (koninklijk
besluit van 24 maart 1978) gelegen in een agrarisch gebied. In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van artikel 11.4.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen. De aanvraag betreft het bouwen van een bedrijfswoning bij een landbouwbedrijf en is principieel in overeenstemming met deze geldende plannen.
De afwijking- of uitzonderingsbepalingen zoals omschreven in artikel 4.4.10. tot 4.4.23. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn niet van toepassing op deze aanvraag.
Openbaar onderzoek:
De aanvraag werd behandeld volgens de vereenvoudigde procedure. Een openbaar onderzoek was niet vereist.
De volgende verordeningen zijn van toepassing:
gemeentelijke verordening houdende het vergunningsplichtig maken van meldingsplichtige werken goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 17 november 2011;
gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 5 juli 2013 inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
gewestelijke verordening van 1 maart 2010 inzake de toegankelijkheid van gebouwen;
gemeentelijke verordening van 19 december 2013 inzake het plaatsen van windturbines;
gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 9 juni 2017 voor breedband.
Historiek van de stedenbouwkundige vergunningen op het perceel:
Op 10 september 1990 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een melkveestal.
Op 23 november 1998 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een kalkoenstal en een loods.
Op 29 september 1999 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het vellen van 92 populieren.
Op 30 september 2002 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het vellen van bomen.
Op 14 juni 2004 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een afdak voor kippen.
Op 8 februari 2010 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een scharrelkippenstal, een eierlokaal, een eiertransportband, een loods voor mestopslag en het aanleggen van 760 m² betonverharding.
Op 19 mei 2010 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het aanleggen van een toegangsweg in betonverharding.
Op 9 augustus 2010 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het wijzigen van het reliëf.
Op 24 juni 2013 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een eengezinswoning na het slopen van de bestaande woning.
Op 17 februari 2014 werd de vergunning verleend voor het bouwen van een woning na het slopen van de bestaande woning (gewijzigde aanvraag).
Op 22 december 2014 werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe scharrelkippenstal met loods voor de mestopslag, het slopen van twee sleufsilo's en het aanleggen van een betonverharding.
Op 9 januari 2017 werd een stedenbouwkundige vergunning geweigerd voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning.
Project-MER-screening:
De aanvraag heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening (B.S. 29 april 2013) in uitvoering van het decreet van 23 maart 2012 over de m.e.r.- screening (B.S. 20 april 2012).
Toetsing aan de omgevingseffecten:
De aanvraag heeft betrekking op een bestaand landbouwbedrijf en beoogt het bouwen van een tweede bedrijfswoning. De inplanting sluit onmiddellijk aan bij de bedrijfsgebouwen. Een verdere insnijding in de omgeving is niet aan de orde.
Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening:
De bouwplaats is gelegen in het zuidelijk landbouwgebied van de gemeente, aan de rand van het centrum van de woonkern van Lotenhulle en het kasteeldomein Park van Poeke.
Op de bouwplaats bevindt zich een volwaardig in uitbating zijnde gemengd landbouwbedrijf met kippen-, melkvee- en rundveehouderij als belangrijkste bedrijfsspeculaties. De omgeving kenmerkt zich door weilanden en akkerlanden.
De site kende de afgelopen jaren een modernisering door onder meer de bouw van een ruime kippenstal en de aanleg van een verharde toegangsweg. Een aantal jaren geleden werd een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning. Op de site bevindt zich momenteel een omvangrijk landbouwbedrijf dat wordt uitgebaat door moeder en zoon. De moeder is verantwoordelijk voor de tak rundvee en akkerbouw, de zoon baat het pluimveebedrijf uit. De moeder woont momenteel op het bedrijf. De landbouwerswoning is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.
De zoon woont niet op het bedrijf. Teneinde het bedrijf beter te kunnen opvolgen opteert hij er voor om op de site een tweede woning te bouwen. Er wordt gekozen de nieuwe woning te bouwen aan de bestaande melkveestal zodat de tweede bedrijfswoning onlosmakend gekoppeld wordt bij het bedrijf. De nieuwe woning wordt opgetrokken in traditionele gevelmaterialen en bestaat uit twee bouwlagen onder zadeldak. Voor de bereikbaarheid van de woning wordt gebruik gemaakt van de bestaande oprit.
Het bouwen van een tweede bedrijfswoning kan worden aanvaard. Door de opname van de bestaande woning in de inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent een uitbreiding van de woning een aantasting van het bestaande karakter en de verschijningsvorm. Zowel de moeder als de zoon zijn volwaardige landbouwers waardoor een tweede bedrijfswoning op de site te verantwoorden valt. De inplanting als de vormgeving dragen er toe bij dat de woning volledig geïntegreerd wordt binnen de landbouwzetel. Een eventuele afsplitsing van de woning is onmogelijk. De aanvraag kan gunstig worden geadviseerd.’
Een gunstig advies te verlenen in het kader van de beroepsprocedure betreffende de weigering van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning aan de Leurebroekdreef 2 in Aalter en gekend in het kadaster Aalter, afd. 6, sectie A, nr. 870C.