Terug

2019_CBS_01518 - Collegebeslissing betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2019055428) aan mevrouw Denise Ledeganck

College van Burgemeester en Schepenen
ma 13/05/2019 - 15:15 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Dirk De Smul, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Afwezig

Luc De Meyer

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_CBS_01518 - Collegebeslissing betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2019055428) aan mevrouw Denise Ledeganck 2019_CBS_01518 - Collegebeslissing betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2019055428) aan mevrouw Denise Ledeganck

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), met latere wijzigingen, inzonderheid deel 3 (betreffende het opleggen van bijzondere vergunningsvoorwaarden), deel 4 (betreffende de algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen) en deel 5 (betreffende de sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen);

Gelet op het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 8 betreffende het uitvoeren van de watertoets door overheden die over een vergunning, een plan of programma moeten beslissen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;

Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingsbesluiten;

Gelet op het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 15 §1 dat stelt dat het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg is bevoegd voor volgende aanvragen van: 1° de gemeentelijke projecten, 2° andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of deputatie bevoegd is;

Gelet op de omgevingsvergunningsaanvraag voor stedenbouwkundige handelingen, digitaal ingediend op 26 april 2019 door mevrouw Denise Ledeganck, Teerlingstraat 82 in Aalter voor het slopen van een carport, het slopen en herbouwen van een veranda en het bouwen van een garage en tuinberging in Aalter, Tieltsesteenweg 113 en gekend in het kadaster als Aalter, afd. 2, sectie D, nr. 0702R;

Gelet op de verklaring van volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag op 29 april 2019;

Gelet dat de aanvraag behandeld wordt conform de vereenvoudigde procedure;

Overwegende dat de beoordeling van de voorliggende aanvraag als volgt kan worden gemotiveerd:

De gemeentelijk omgevingsambtenaar adviseert de aanvraag op 7 mei 2019 als volgt:

‘Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften:

Het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft, is volgens het gewestplan Eeklo-Aalter (koninklijk besluit van 24 maart 1978) deels gelegen in een agrarisch gebied en deels in woongebied met landelijk karakter.

In de zone voor agrarisch gebied gelden de stedenbouwkundige voorschriften van artikel 11.4.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen. Deze voorschriften luiden als volgt: agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.

De afwijking- of uitzonderingsbepalingen zoals omschreven in artikel 4.4.10. tot 4.4.23. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn niet van toepassing op deze aanvraag;

Openbaar Onderzoek:

De aanvraag wordt behandeld conform de vereenvoudigde procedure. Een openbaar onderzoek is niet vereist. De aanpalende eigenaars werden aangeschreven op 11 februari 2019. Er werden geen bezwaren ingediend.

Externe adviezen:

Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer werd ingewonnen. Op 8 mei 2019 werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend.

  • Alle bovengrondse en ondergrondse constructies dienen achter de bouwlijn (bestaande voorgevellijn) te worden voorzien.
  • Er wordt slechts 1 toegang van max 4,5 meter breedte toegelaten.
  • Ter hoogte van de perceelsgrens, dient, behoudens de toegang, een structurele niet-overrijdbare scheiding aangebracht te worden door de aangelande.

De volgende verordeningen zijn van toepassing:

gemeentelijke verordening houdende het vergunningsplichtig maken van meldingsplichtige werken goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 17 november 2011;

gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 5 juli 2013 inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;

gemeentelijke verordening van 19 december 2013 inzake het plaatsen van windturbines;

gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 9 juni 2017 voor breedband;

Historiek van de stedenbouwkundige vergunningen op het perceel:

Op 22 mei 1963 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning.

Op 14 november 1969 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een afsluitingsmuur.

Project-MER-screening:

De aanvraag heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening (B.S. 29 april 2013) in uitvoering van het decreet van 23 maart 2012 over de m.e.r.-screening (B.S. 20 april 2012).

Watertoets:

Het voorliggende project is gelegen in een infiltratiegevoelig en niet-overstromingsgevoelig gebied en heeft met andere woorden beperkte invloed op het watersysteem. Er wordt geoordeeld dat er geen schadelijk effect zal worden veroorzaakt. Om verenigbaar te zijn met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid, moeten de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.

De gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5 juli 2013 is van toepassing.

Het ontwerp moet voldoen aan de geldende regelgeving en aan de algemene voorwaarden opgenomen in de bijlage Algemene voorwaarden bouwprojecten, goedgekeurd door het prefusiebestuur Aalter op 10 april 2017.

Het rioleringsplan voldoet.

Daar de nieuw afwaterende oppervlakte meer dan 150 m² bedraagt, worden bijkomend volgende bijzondere voorwaarden opgelegd: de infiltratiecapaciteit van de bodem en de grondwaterstand dienen vooraf proefondervindelijk te worden vastgelegd door een labo. De resultaten dienen aan het gemeentebestuur te worden bezorgd. Indien de infiltratiecapaciteit meer dan 20 mm/u bedraagt kan 100% infiltratie worden nagestreefd. Bij lagere infiltratiecapaciteit zijn enkel bovengrondse infiltratiesystemen toegestaan die boven de gemiddelde grondwatertafel worden aangelegd. Om de diepte te beperken kan een drainagekoffer over de volledige breedte van de wadi worden aangelegd. De wadi wordt verder ingericht als een gecombineerd systeem van infiltratie- en buffersysteem zo gedimensioneerd dat het infiltratieoppervlakte 400 m²/ha bedraagt maar het buffervolume wordt verhoogd tot 330 m³/ha verharding (i.p.v. 250 m³/ha). Het ontwerp van deze constructie dient voor de plaatsing te worden gerapporteerd aan het gemeentebestuur.

Er wordt extra aandacht gevestigd op artikel 4 van de Algemene voorwaarden bouwprojecten. Het lozingspunt van hemelwater in de gracht dient te worden uitgevoerd volgens de codes van goede praktijk zonder schade aan te brengen aan de gracht en zonder het ruimen van de grachten in gedrang te brengen.

Toetsing aan de omgevingseffecten:

De aanvraag betreft het slopen van een carport, het slopen en herbouwen van een veranda en het bouwen van een garage en tuinberging. Er wordt geen negatief effect verwacht op de omgeving door het opleggen van voorwaarden. De aanpalende percelen zijn qua inplanting vergelijkbaar.

Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening:

De bouwplaats is gelegen langsheen de gewestweg N37 in een omgeving die zich kenmerkt door een lintbebouwing. Het betreffen woningen en een aantal handelszaken. Op het perceel bevindt zich een vrijstaande woning bestaande uit een bouwlaag onder dak, een carport, een veranda, en een voormalig bijgebouw zonder dak. De carport wordt gesloopt gezien deze verouderd is en heeft een oppervlakte van 19 m². De bestaande veranda heeft een oppervlakte van 24 m² en wordt vervangen door een nieuwe veranda onder plat dak met een oppervlakte van 35 m² en een hoogte van 3,10 m. De bouwheer wenst ook een tuinberging te bouwen tegen de rechter perceelsgrens, aan het bestaande bijgebouw van de buren. De tuinberging wordt afgewerkt met een plat dak en heeft een oppervlakte van 21 m² en een hoogte van 3 m. Momenteel zijn er restanten aanwezig van een vroeger bijgebouw, ingeplant tegen de linker perceelsgrens. De bouwheer wenst deze restanten te slopen, en een nieuw bijgebouw te plaatsen. Het geheel zal worden gebruikt als garage gezien de carport verdwijnt. Het geheel heeft een L-vorm en wordt afgewerkt met een plat dak en heeft een hoogte van 3 m en een oppervlakte van ongeveer 60 m². Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer wordt bijgetreden. Het project betekent een opwaardering van het perceel, gezien de bestaande bijgebouwen verouderd zijn. Het geheel integreert zich voldoende in het straatbeeld. De aanvraag is voor vergunning vatbaar. Al het afbraakmateriaal en puin dient onmiddellijk van het terrein te worden verwijderd.’

Standpunt van het college van burgemeester en schepenen:

Het college van burgemeester en schepenen kan zich aansluiten bij dit advies en maakt dit als het hare. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen kan worden verleend.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 ยง2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De omgevingsvergunning te verlenen aan mevrouw Denise Ledeganck, Teerlingstraat 82 in Aalter voor het slopen van een carport, het slopen en het herbouwen van een veranda en het bouwen van een garage en tuinberging in Aalter, Tieltsesteenweg 113 en gekend in het kadaster als Aalter, afd. 2, sectie D, nr. 0702R.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, indien nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

De aanvrager dient het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de werkzaamheden of handelingen waarvoor de vergunning is verleend. De kennisgeving gebeurt via het omgevingsloket, 35 dagen nadat de melding van aanplakking van de beslissing is gebeurd. Ga naar het tabblad “Uitvoering” en vervolgens naar “ACTIES”. Onder de “Verplichte acties” kan de start van de werken ingegeven en verstuurd worden.

Artikel 2

Dat de in artikel 1 bedoelde omgevingsvergunning afhankelijk is van volgende voorwaarden en/of lasten:

1. De werken mogen pas aanvatten 36 dagen na aanplakking van de omgevingsvergunning op de bouwplaats. Het gemeentebestuur staat in voor de aanplakking van de omgevingsvergunning binnen de tien dagen nadat het college van burgemeester en schepenen over de aanvraag heeft beslist. Het gemeentebestuur staat ook in voor de publicatie op de gemeentelijke website.

2. Bij beschadiging van het openbaar domein (fiets- en voetpaden, openbaar groen) dient dit in zijn oorspronkelijke staat te worden hersteld.

3. De gemeenteraad van de prefusiegemeente Aalter keurde op 13 april 2015 een belastingreglement goed betreffende een te betalen belasting op private ingebruikname van het openbaar domein. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de gemeentelijke administratie op het nummer 09 325 22 00.

4. De gemeenteraad van de prefusiegemeente Aalter keurde op 19 december 2018 een belastingreglement goed betreffende een contantbelasting op afgifte van de omgevingsvergunning, stedenbouwkundige en planologische attesten en openbaar onderzoek. De factuur wordt opgestuurd naar de aanvrager na afgifte van de omgevingsvergunning.

5. Het ontwerp moet voldoen aan de geldende regelgeving en aan de algemene voorwaarden opgenomen in de bijlage Algemene voorwaarden bouwprojecten, goedgekeurd door het gemeentebestuur op 10 april 2017.

6. Daar de nieuw afwaterende oppervlakte meer dan 150 m² bedraagt, worden bijkomend volgende bijzondere voorwaarden opgelegd: de infiltratiecapaciteit van de bodem en de grondwaterstand dienen vooraf proefondervindelijk te worden vastgelegd door een labo.

7. De resultaten dienen aan het gemeentebestuur te worden bezorgd. Indien de infiltratiecapaciteit meer dan 20 mm/u bedraagt kan 100% infiltratie worden nagestreefd. Bij lagere infiltratiecapaciteit zijn enkel bovengrondse infiltratiesystemen toegestaan die boven de gemiddelde grondwatertafel worden aangelegd.

8. Om de diepte te beperken kan een drainagekoffer over de volledige breedte van de wadi worden aangelegd. De wadi wordt verder ingericht als een gecombineerd systeem van infiltratie- en buffersysteem zo gedimensioneerd dat het infiltratieoppervlakte 400 m²/ha bedraagt maar het buffervolume wordt verhoogd tot 330 m³/ha verharding (i.p.v. 250 m³/ha). Het ontwerp van deze constructie dient voor de plaatsing te worden gerapporteerd aan het gemeentebestuur.

9. Er wordt extra aandacht gevestigd op artikel 4 van de Algemene voorwaarden bouwprojecten. Het lozingspunt van hemelwater in de gracht dient te worden uitgevoerd volgens de codes van goede praktijk zonder schade aan te brengen aan de gracht en zonder het ruimen van de grachten in gedrang te brengen.

10. Al het afbraakmateriaal en puin dient onmiddellijk van het terrein te worden verwijderd.

11. Alle bovengrondse en ondergrondse constructies dienen achter de bouwlijn (bestaande voorgevellijn) te worden voorzien.

12. Er wordt slechts 1 toegang van max 4,5 meter breedte toegelaten.

13. Ter hoogte van de perceelsgrens, dient, behoudens de toegang, een structurele niet-overrijdbare scheiding aangebracht te worden door de aangelande.

Artikel 3

De omgevingsvergunning uiterlijk tien dagen na datum waarop de beslissing is genomen via het Omgevingsloket ter kennis te brengen aan de aanvrager en de afdeling Ruimtelijke Ordening, bevoegd voor de omgevingsvergunning.

Artikel 4

Tegen deze beslissing kan, overeenkomstig de modaliteiten en de termijnen beschreven in artikel 52 en volgende van het decreet Omgevingsvergunning en artikel 73 en volgende van het besluit Omgevingsvergunning en mits betaling van de voorgeschreven dossiertaks, beroep worden ingediend bij de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, Woodrow Wilsonplein 2, 9000 Gent of via www.omgevingsloket.be.

Artikel 5

De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen.