Terug

2019_CBS_01421 - Collegebeslissing betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2018153123) aan de heer Fréderic Christiaens

College van Burgemeester en Schepenen
ma 06/05/2019 - 16:00 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Afwezig

Dirk De Smul, Luc De Meyer

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_CBS_01421 - Collegebeslissing betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2018153123) aan de heer Fréderic Christiaens 2019_CBS_01421 - Collegebeslissing betreffende het verlenen van een omgevingsvergunning (OMV_2018153123) aan de heer Fréderic Christiaens

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), met latere wijzigingen, inzonderheid deel 3 (betreffende het opleggen van bijzondere vergunningsvoorwaarden), deel 4 (betreffende de algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen) en deel 5 (betreffende de sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen);

Gelet op het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 8 betreffende het uitvoeren van de watertoets door overheden die over een vergunning, een plan of programma moeten beslissen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;

Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn wijzigingsbesluiten;

Gelet op het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 15 §1 dat stelt dat het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg is bevoegd voor volgende aanvragen van: 1° de gemeentelijke projecten, 2° andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of deputatie bevoegd is;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning meer bepaald hoofdstuk 6 adviesinstanties;

Gelet op de omgevingsvergunningsaanvraag digitaal ingediend op 6 maart 2019 door de heer Fréderic Christiaens, Bruggestraat 111B bus 201 in Ruiselede voor het bouwen van een vrijstaande woning en de tijdelijke bemaling voor het bouwen van een kelder in Aalter, Ekenbekedreef 13 en gekend in het kadaster als, Aalter 2 afd, sectie C, nr. 0483C  6;

Gelet op de toepasselijke rubriek volgens het Vlaams reglement betreffende de omgevingsvergunning:

  • 53.2.2 a) een bronbemaling met een maximaal opgepompt debiet van 7.200 m³/jaar.

Gelet op de verklaring van volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag op 11 maart 2019;

Gelet dat de aanvraag behandeld kan worden conform de gewone procedure en dat een openbaar onderzoek is vereist;

Overwegende dat een openbaar onderzoek werd georganiseerd dat liep van 21 maart tot en met 19 april 2019, dat geen bezwaren werden ingediend;

Overwegende dat de beoordeling van de voorliggende aanvraag als volgt kan worden gemotiveerd:

De gemeentelijk omgevingsambtenaar adviseert de aanvraag op 29 april 2019 als volgt:

‘Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften:

Het perceel is gelegen binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan Woonpark, meer bepaald in een zone voor wonen in een bosomgeving. Het perceel is ook gelegen binnen een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling. De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande woning deels bestaande uit één bouwlaag en deels uit twee bouwlagen, afgewerkt met een plat dak. De nieuw te bouwen woning wordt opgetrokken in een grijze gevelsteen. De voorgevel is vrij gesloten en het metselwerk wordt gecombineerd met een houten gevelbekleding. De achtergevel is open en kenmerkt zich door grote glaspartijen. De woning wordt ingeplant binnen het cultuurvlak afgebakend op het perceel. Het ontwerp voldoet qua vormgeving, inplanting en materiaalgebruik aan de geldende verkavelingsvoorschriften. Enkel de breedte van de woning wijkt af en bedraagt meer dan 2/3 van de breedte van het perceel.

Met toepassing van artikel 4.4.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan de vergunningverlenende overheid afwijken van de geldende verkavelingsvoorschriften na het organiseren van een openbaar onderzoek en indien de afwijking betrekking heeft op de afmetingen van het gebouw. De voorliggende aanvraag valt onder het wettelijk kader van dit artikel en kan worden ingeroepen. De voorliggende aanvraag doorstaat de legaliteitstoets.

De afwijking- of uitzonderingsbepalingen zoals omschreven in artikel 4.4.10. tot 4.4.23. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn niet van toepassing op deze aanvraag.

Openbaar onderzoek:

De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure. Een openbaar onderzoek werd georganiseerd dat liep van 21 maart 2019 tot en met 19 april 2019. Er werden geen bezwaren ingediend.

Externe adviezen:

Het advies van het Agentschap Natuur en Bos werd ingewonnen. Op 27 maart 2019 werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend:

  • Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning.
  • De zone aangeduid als ‘hard bosvlak’ wordt vanuit het cultuurvlak teruggegeven aan het bosvlak en dient aangeplant te worden met inheemse boom- en struiksoorten.
  • De oprit wordt 4 m breed voorzien en kan vanaf het cultuurvlak verbreden naar de garage. De extra parkeerplaatsen in het bosvlak kunnen niet voorzien worden.

De volgende verordeningen zijn van toepassing:

gemeentelijke verordening houdende het vergunningsplichtig maken van meldingsplichtige werken goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 17 november 2011;

gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 5 juli 2013 inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;

gemeentelijke verordening van 19 december 2013 inzake het plaatsen van windturbines;

gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 9 juni 2017 voor breedband.

Historiek van de stedenbouwkundige vergunningen op het perceel:

Niet relevant.

Project-MER-screening:

De aanvraag heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening (B.S. 29 april 2013) in uitvoering van het decreet van 23 maart 2012 over de m.e.r.-screening (B.S. 20 april 2012).

Watertoets:

Het voorliggende project is gelegen in een infiltratiegevoelig en niet-overstromingsgevoelig gebied en heeft met andere woorden beperkte invloed op het watersysteem. Er wordt geoordeeld dat er geen schadelijk effect zal worden veroorzaakt. Om verenigbaar te zijn met de doelstellingen van artikel 1.2.2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, moeten de opgelegde voorwaarden worden nageleefd.

De gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5 juli 2013 is van toepassing.

Het ontwerp moet voldoen aan de geldende regelgeving en aan de algemene voorwaarden opgenomen in de bijlage Algemene voorwaarden bouwprojecten, goedgekeurd door het prefusiebestuur Aalter op 10 april 2017.

Het rioleringsplan voldoet. Er is geen noodoverloop van de infiltratievoorziening ingetekend op het rioleringsplan. Er kan een noodoverloop worden voorzien. Deze noodoverloop dient te worden aangesloten op de private gracht aan de zijkant van het perceel.

Er wordt extra aandacht gevestigd op artikel 4 van de Algemene voorwaarden bouwprojecten. Private grachten moeten onderhouden worden door de aangelanden. De afwatering dient blijvend te worden verzekerd. Regelmatig onderhoud is noodzakelijk om een permanente goede werking en afwatering te verzekeren en hun buffercapaciteit te behouden. De grachten kunnen onder geen enkele voorwaarde worden gedempt en overwelfd.

De onbevaarbare waterloop van de 3de categorie ‘de Ketelbeek’, wordt onderhouden door het gemeentebestuur. Volgens de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967 en in het bijzonder artikel 17, het Koninklijk besluit van 5 augustus 1970 houdende algemeen politiereglement van de onbevaarbare waterlopen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juni 2003 gelden de volgende bepalingen:

  • De aangelanden zijn verplicht om doorgang te verlenen aan de personeelsleden van het gemeentebestuur of aan de door het gemeentebestuur aangestelde aannemer om de waterloop te ruimen;
  • De aangelanden zijn verplicht om op hun grond de uit de bedding van de waterloop opgehaalde voorwerpen en de door de uitvoering van de werken nodige materialen, gereedschap en werktuigen te laten plaatsen;
  • Er is geen vergoeding verschuldigd aan de eigenaars uit hoofde van de plaatsing op hun grond binnen een strook van 5 m vanaf de oever, van de producten die voortkomen van de ruimingswerken;
  • Om een goede ruiming te verzekeren mogen geen afsluitingen of dwarsafsluitingen de toegang tot de werkstrook belemmeren en moeten daarom gemakkelijk wegneembaar en terugplaatsbaar zijn of voorzien van een poort;
  • Bomen langs de waterloop moeten op minstens 0,75 m van de taludinsteek worden geplaatst op een tussenafstand van minstens 10 m. Binnen de 5 meter zone kan enkel gras worden ingezaaid;
  • Binnen de 5 m zone mogen geen constructies zoals tuinhuisjes worden gebouwd.
  • De omheining moet geplaatst worden op minstens 0.75 m tot 1 m vanaf de kruin van de oever en mag niet hoger zijn dan 1.5 m.

Toetsing aan de omgevingseffecten:

Het bouwen van een residentiële woning in een bosrijke omgeving integreert zich voldoende binnen de bestaande omgeving. Voor het wegnemen van het bos ter hoogte van de inplantingsplaats van de woning werd een boscompensatie betaald.

De bronbemaling is vereist voor het construeren van een kelder. De tijdspanne waarin de bronbemaling in werking is, wordt geschat op 60 dagen. Het overeenkomstige op te pompen debiet bedraagt 7.200 m³/jaar.

De maximale diepte van de put bedraagt 3,4 m en de maximale verlaging van het grondwaterpeil is 1,9 m. Het grondwater wordt onttroken aan het Quartair Aquifer (HCOV-code 0100). In totaal zullen er 10 putten aanwezig zijn en is de geplande start van de werken 10 juni 2019.

Aan de achterzijde van het perceel loopt een onbevaarbare waterweg, namelijk de Ketelbeek. Het opgepompt grondwater dient geloosd te worden via de Ketelbeek, zodoende infiltratie ter plaatse in de bodem mogelijk is.

De beschreven werkwijze zal geen negatieve invloed hebben op lucht, water en bodem.

De gevraagde exploitatie stelt geen milieu hygiënische problemen.

Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening:

Het bouwperceel is gelegen in een bosrijke omgeving die zich kenmerkt door een residentiële bebouwing. Het perceel maakt deel uit van een recente verkaveling van drie bouwloten bestemd voor het bouwen van een vrijstaande woning. Ter hoogte van de achterste en de zijdelingse perceelsgrens loopt een open gracht. Achterliggend bevindt zich het kasteeldomein. De omliggende percelen zijn nagenoeg allemaal bebouwd. Voor de direct aanpalende percelen werd heel recent een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen verleend voor het bouwen van een woning.

De aanvraag beoogt het bouwen van een hedendaagse, moderne woning bestaande deels uit één bouwlaag en deels uit twee bouwlagen met een plat dak. De bebouwing op het lot wordt geconcentreerd tot één bouwvolume dat alle woon- en leeffuncties integreert. Er worden geen nevenfuncties voorzien. Er worden ook geen bijgebouwen opgericht.

Het concept van de woning betreft een langwerpig bouwvolume ingeplant binnen het cultuurvlak. De afbakening van het cultuurvlak voldoet aan de geldende verkavelingsvoorschriften. De oppervlakte van het cultuurvlak bedraagt 1.500 m², de perceelsoppervlakte bedraagt 3.060 m². De bouwlijn van de woning ligt op 11 m van de rooilijn. De bouwvrije afstand ten opzichte van de rechter perceelsgrens bedraagt minimum 5 m, ten opzichte van de linker perceelsgrens minimum 11,19 m. De woning wordt zo dicht mogelijk bij de straatkant geplaatst om de verstoring op het perceel en in het bijzonder de achterliggende tuin- en boszone zo minimaal te houden. De woning wordt ingeplant op of nabij de grens van het bos-/cultuurvlak. Om het omliggende bosbestand de maximale ontwikkelingsmogelijkheden te bieden, wordt een deel van het cultuurvlak herbestemd naar bosvlak.

De maximale bouwhoogte van de woning bedraagt 6,40 m. De bouwhoogte is de minimale afstand tot de perceelsgrenzen. De woning wordt opgericht in een grijze gevelsteen. De voorgevel heeft een gesloten karakter en wordt deels met een houten gevelbekleding afgewerkt. De achtergevel bestaat hoofdzakelijk uit glaspartijen. De oprit naar de woning is ter hoogte van de straat 4 m breed. Binnen het bosvlak wordt de oprit breder zodat de dubbele garage goed bruikbaar is. De woning wordt immers ingeplant op korte afstand van de grens bos-/cultuurvlak waardoor een 4 m brede oprit niet voldoende is. De verharding zal gedurende de bouwwerken ook aangewend worden voor het plaatsen van het bouwmateriaal. De oppervlakte van de verharding binnen het bosvlak bedraagt niet meer dan 80 m². Ook de ondergrondse constructies (nutsleidingen en putten) worden onder de inritzone, in het bosvlak en binnen voornoemde oppervlakte van max. 80 m² geplaatst. Op die manier wordt enkel de opritzone ‘aangeroerd’ en blijft de verstoring van het bosvlak voor het overige tot het minimum beperkt.

Het openbaar onderzoek gaf geen aanleiding tot bezwaarschriften. Het Agentschap voor Natuur en Bos verleende een voorwaardelijk gunstig advies. De voorwaarde met betrekking tot de breedte van de oprit van 4 m wordt bijgesteld. Binnen het bosvlak kan de oprit uitwaaieren om een vlotte bereikbaarheid van de garage te garanderen. De oppervlakte aan verhardingen binnen het bosvlak blijft beperkt tot 80 m².

De voorliggende aanvraag betreft het bouwen van een hedendaagse, moderne woning die zich qua inplanting, vormgeving en materiaalgebruik voldoende integreert in de bosrijke omgeving. Het betreft één strak bouwvolume waarin alle woon- en leeffuncties aanwezig zijn. Een aansnijding van het omliggende bosbestand blijft tot een minimum beperkt. Een deel van het cultuurvlak wordt herbestemd naar bosvlak. De plaatselijke aanleg wordt door de aanvraag niet in het gedrang gebracht. De voorliggende aanvraag is voor vergunning vatbaar.’

Standpunt van het college van burgemeester en schepenen:

Het college van burgemeester en schepenen kan zich aansluiten bij dit advies en maakt dit als het hare. De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen met voorwaarden kan worden verleend.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De omgevingsvergunning te verlenen aan de heer Fréderic Christiaens, Bruggestraat 111 B bus 201 in Ruiselede voor het bouwen van een vrijstaande woning en de tijdelijke bemaling voor het bouwen van een kelder in Aalter, Ekenbekedreef 13 en gekend in het kadaster als Aalter, afd. 2, sectie C, nr. 0483C6.

De toepasselijke rubriek volgens het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning is de volgende:

  • 53.2.2°a) een bronbemaling met een maximaal opgepompt debiet van 7.200 m³/jaar.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, indien nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

De aanvrager dient het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de werkzaamheden of handelingen waarvoor de vergunning is verleend. De kennisgeving gebeurt via het omgevingsloket, 35 dagen nadat de melding van aanplakking van de beslissing is gebeurd. Ga naar het tabblad “Uitvoering” en vervolgens naar “ACTIES”. Onder de “Verplichte acties” kan de start van de werken ingegeven en verstuurd worden.

Artikel 2

Dat de in artikel 1 bedoelde omgevingsvergunning afhankelijk is van de strikte naleving van:

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II, waarvan de hierna vermelde voorwaarden bijzondere aandacht verdienen:

Algemene voorwaarden:

  • Hoofdstuk 4.1 algemene voorschriften
  • Hoofdstuk 4.5 beheersing van geluidshinder

Sectorale voorwaarden:

  • Hoofdstuk 5.53 winning van grondwater

Bijzondere voorwaarde:

  • Aan de achterzijde van het perceel loopt een onbevaarbare waterweg, namelijk de Ketelbeek. Het opgepompt grondwater dient geloosd te worden via de Ketelbeek, zodoende infiltratie ter plaatse in de bodem mogelijks is.

Artikel 3

Dat de in artikel 1 bedoelde omgevingsvergunning afhankelijk is van volgende voorwaarden en/of lasten:

1. De werken mogen pas aanvatten 36 dagen na aanplakking van de omgevingsvergunning op de bouwplaats. Het gemeentebestuur staat in voor de aanplakking van de omgevingsvergunning binnen de tien dagen nadat het college van burgemeester en schepenen over de aanvraag heeft beslist. Het gemeentebestuur staat ook in voor de publicatie op de gemeentelijke website.

2. Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos dient gevolgd te worden met uitzondering van de breedte van de oprit. Gezien de ligging van de woning en de goede bereikbaarheid van de woning kan akkoord worden gegaan met de op de bouwplannen voorziene oprit.

3.De zone aangeduid als ‘hard bosvlak’ wordt vanuit het cultuurvlak teruggegeven aan het bosvlak en dient aangeplant te worden met inheemse boom- en struiksoorten.

4. De aanvraag omgevingsvergunning dient te voldoen aan de gewestelijke, stedenbouwkundige verordening van 5 juli 2013 inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Meer inlichtingen hieromtrent zijn te bekomen bij de gemeentelijke administratie op het nummer 09 325 22 00.

5. Het rioleringsplan voldoet. Er is geen noodoverloop van de infiltratievoorziening ingetekend op het rioleringsplan. Er kan een noodoverloop worden voorzien. Deze noodoverloop dient te worden aangesloten op de private gracht aan de zijkant van het perceel.

6. Het ontwerp moet voldoen aan de geldende regelgeving en aan de algemene voorwaarden opgenomen in de bijlage Algemene voorwaarden bouwprojecten, goedgekeurd door het prefusiebestuur Aalter op 10 april 2017. Er wordt extra aandacht gevestigd op artikel 4 van de Algemene voorwaarden bouwprojecten. Private grachten moeten onderhouden worden door de aangelanden. De afwatering dient blijvend te worden verzekerd. Regelmatig onderhoud is noodzakelijk om een permanente goede werking en afwatering te verzekeren en hun buffercapaciteit te behouden. De grachten kunnen onder geen enkele voorwaarde worden gedempt en overwelfd.

De onbevaarbare waterloop van de 3de categorie ‘de Ketelbeek’, wordt onderhouden door het gemeentebestuur. Volgens de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967 en in het bijzonder artikel 17, het Koninklijk besluit van 5 augustus 1970 houdende algemeen politiereglement van de onbevaarbare waterlopen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juni 2003 gelden de volgende bepalingen:

  • De aangelanden zijn verplicht om doorgang te verlenen aan de personeelsleden van het gemeentebestuur of aan de door de gemeente aangestelde aannemer om de waterloop te ruimen;
  • De aangelanden zijn verplicht om op hun grond de uit de bedding van de waterloop opgehaalde voorwerpen en de door de uitvoering van de werken nodige materialen, gereedschap en werktuigen te laten plaatsen;
  • Er is geen vergoeding verschuldigd aan de eigenaars uit hoofde van de plaatsing op hun grond binnen een strook van 5 m vanaf de oever, van de producten die voortkomen van de ruimingswerken;
  • Om een goede ruiming te verzekeren mogen geen afsluitingen of dwarsafsluitingen de toegang tot de werkstrook belemmeren en moeten daarom gemakkelijk wegneembaar en terugplaatsbaar zijn of voorzien van een poort;
  • Bomen langs de waterloop moeten op minstens 0,75 m van de taludinsteek worden geplaatst op een tussenafstand van minstens 10 m. Binnen de 5 meter zone kan enkel gras worden ingezaaid;
  • Binnen de 5 m zone mogen geen constructies zoals tuinhuisjes worden gebouwd.
  • De omheining moet geplaatst worden op minstens 0.75 m tot 1 m vanaf de kruin van de oever en mag niet hoger zijn dan 1.5 m.

7. De aanvang van de werken kan pas nadat de gemeentelijke administratie op de bouwplaats heeft vastgesteld dat de inplanting conform is aan het goedgekeurde plan. Telefonisch afspraak maken op het nummer 09 325 22 00.

8. Bij beschadiging van het openbaar domein (fiets- en voetpaden, openbaar groen) dient dit in zijn oorspronkelijke staat te worden hersteld.

9. De gemeenteraad van het prefusiebestuur Aalter keurde op 13 april 2015 een reglement goed betreffende een te betalen belasting op private ingebruikname van het openbaar domein. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de gemeentelijke administratie op het nummer 09 325 22 00.

10. De gemeenteraad van het prefusiebestuur Aalter keurde op 19 december 2018 een reglement goed betreffende een contantbelasting op afgifte van de omgevingsvergunning, stedenbouwkundige en planologische attesten en openbaar onderzoek. De factuur wordt opgestuurd naar de aanvrager na afgifte van de omgevingsvergunning.

Artikel 4

De omgevingsvergunning uiterlijk tien dagen na datum waarop de beslissing is genomen via het Omgevingsloket ter kennis te brengen aan de aanvrager en de afdeling Ruimtelijke Ordening, bevoegd voor de omgevingsvergunning.

Artikel 5

Tegen deze beslissing kan, overeenkomstig de modaliteiten en de termijnen beschreven in artikel 52 en volgende van het decreet Omgevingsvergunning en artikel 73 en volgende van het besluit Omgevingsvergunning en mits betaling van de voorgeschreven dossiertaks, beroep worden ingediend bij de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, Woodrow Wilsonplein 2, 9000 Gent of via www.omgevingsloket.be.

Artikel 6

De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen.