Terug

2019_CBS_01422 - Collegebeslissing betreffende de aktename van de melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting (OMV_2019039041) door de heer Dirk Van Hullebusch

College van Burgemeester en Schepenen
ma 06/05/2019 - 16:00 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Afwezig

Dirk De Smul, Luc De Meyer

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_CBS_01422 - Collegebeslissing betreffende de aktename van de melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting (OMV_2019039041) door de heer Dirk Van Hullebusch 2019_CBS_01422 - Collegebeslissing betreffende de aktename van de melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting (OMV_2019039041) door de heer Dirk Van Hullebusch

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), met latere wijzigingen, inzonderheid deel 3 (betreffende het opleggen van bijzondere vergunningsvoorwaarden), deel 4 (betreffende de algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen) en deel 5 (betreffende de sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen);

Gelet op het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 15 §1 dat stelt dat het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg is bevoegd voor volgende aanvragen van: 1° de gemeentelijke projecten, 2° andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse Regering of deputatie bevoegd is;

Gelet op het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen, meer bepaald hoofdstuk 10 betreffende de bepalingen van de melding;

Gelet op het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 8 betreffende het uitvoeren van de watertoets door overheden die over een vergunning, een plan of programma moeten beslissen;

Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van prefusiebestuur Aalter van 27 juli 1992 betreffende het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning;

Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van prefusiebestuur Aalter van 9 november 1992 betreffende het verlenen van een milieuvergunning;

Gelet op de melding van een nieuwe inrichting gedaan op 14 april 2019 door de heer Dirk Van Hullebusch, Bierweg 40, Aalter, inzake de exploitatie van een kleine standaardgarage gelegen in Aalter, Bierweg 40 en gekend in het kadaster als Aalter 3 afd, sectie H, nr. 0568 L;

Overwegende dat de milieuvergunning verleend op 9 november 1992 verviel op 30 november 2011; dat bijgevolg de exploitatie aanzien wordt als een nieuwe inrichting;

Overwegende dat de exploitatie volgens het gewestplan Eeklo-Aalter (KB 23 maart 1978) gelegen is in een woongebied en dat de onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een vrij dicht bebouwingspatroon van woningen en een aantal ambachtelijke bedrijven; dat de aanvraag verenigbaar is met de ruimtelijke context;

Overwegende dat de inrichting is gelegen in een infiltratiegevoelig gebied en niet in een overstromingsgevoelig gebied, dat de aanvraag geen bijkomende oppervlakteverharding zal genereren en derhalve verenigbaar is met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid;

Overwegende dat voor Aalter een goedgekeurd herzien zoneringsplan beschikbaar is (BS van 2 maart 2016) en dat de inrichting gelegen is in een centraal gebied;

Overwegende dat de normale werkuren zich altijd tussen 7.00 u en 19.00 u bevinden gedurende de werkweek, alsook op zaterdag; dat hiermee artikel 5.15.0.6 van Vlarem II niet overschreden wordt;

Overwegende dat de opslag van gevaarlijke producten binnen gebeurt op lekbakken;

Overwegende dat verontreinigd hemelwater en reinigingswater wordt geloosd via een koolwaterstofafscheider, alvorens te lozen op de riolering; dat deze 2-jaarlijks wordt geledigd en gereinigd om de goede werking te waarborgen; dat een controleput aanwezig is die de mogelijkheid biedt om een schepstaal te nemen van het bedrijfsafvalwater;

Overwegende dat geaccidenteerde voertuigen zich op een ondoorlaatbare verharding bevinden; dat wrakken binnen worden geplaatst in afwachting van expertise en afvoer;

Overwegende dat er vooraan de inrichting voldoende ruimte is om te parkeren voor de zaakvoerders en de klanten en voldoende ruimte voor het plaatsen van de herstelde of de te herstellen wagens; dat op deze manier geen impact wordt gegenereerd ten opzichte van het doorgaand verkeer in de straat;

Overwegende dat de opslagtank voor olie en de opslagtank voor stookolie beide enkelwandig zijn; dat een inkuiping vooralsnog ontbreekt; dat bij plaatsbezoek werd bevestigd door de exploitant dat de inkuiping zal worden voorzien; dat op vandaag de tanks niet gekeurd zijn; dat de lijst met stookolietanks wordt bezorgd aan de exploitant; dat na keuring een kopie van het keuringsverslag dient bezorgd te worden aan de gemeentelijke administratie;

Overwegende dat kleine hoeveelheden olie, motoranitvries en andere opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakking worden opgeslagen op een lekbak;

Overwegende dat oude batterijen worden ingezameld in een zuurbestendige bak en geregeld worden opgehaald door een erkend verwerker; dat geen impact naar de bodem te verwachten is;

Overwegende dat een luchtcompressor aanwezig is op de inrichting met een vermogen van 4 kW; dat de drempelwaarde hiermee niet overschreden wordt; dat het vermogen is vrijgesteld van vergunningsplicht;

Overwegende dat, gelet op de in de melding beschreven werkwijze, deze inrichting geen negatieve invloed zal hebben op lucht, water en bodem;

Overwegende dat tijdens het plaatsbezoek op 26 april 2019 van de omgevingsambtenaar er geen geur- en geluidshinder waargenomen werd;

Overwegende dat de gevraagde exploitatie geen milieuhygiënische problemen stelt;

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 ยง2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Akte te nemen van de melding van een nieuwe inrichting gedaan op 14 april 2019 door de heer Dirk Van Hullebusch, Bierweg 40, Aalter. Het betreft de exploitatie van een kleine standaardgarage gelegen in Aalter, Bierweg 40 en gekend in het kadaster als Aalter 3 afd, sectie H, nr. 0568 L

De toepasselijke rubrieken volgens het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning zijn de volgende:

  • 15.5.1.a werkplaats voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen met gebruik van 3 hefbruggen
  • 15.5.2.a.2 het lozen van bedrijfsafvalwater met een debiet van 1,85 m³/h
  • 15.5.2.e het stallen van maximaal 9 voertuigen en/of aanhangwagens
  • 15.5.2.g.2 het stallen van maximaal 1 voertuigwrak of afgedankt voertuig die nog wel vloeistoffen of andere gevaarlijke onderdelen bevatten
  • 15.5.2.g.3 het stallen van maximaal 6 geaccidenteerde voertuigen
  • 15.5.2.j opslagplaats voor 220 kg oxiderende, bijtende en/of schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen
  • 15.5.2.k.1 opslagplaats voor 4.550 kg brandgevaarlijke vloeistoffen
  • 15.5.2.l opslagplaats voor 3.200 l brandbare vloeistoffen
  • 15.5.2.p opslagplaats voor 850 l/kg gevaarlijke stoffen in klein verpakking
  • 15.5.2.s installatie voor het ontvetten van metalen of voorwerpen uit metaal met een inhoud van 200 l.

Artikel 2

Dat de in artikel 1 bedoelde aktename afhankelijk is van de strikte naleving van:

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II, waarvan de hierna vermelde voorwaarden bijzondere aandacht verdienen:

Algemene voorwaarden:

  • Hoofdstuk 4.1 algemene voorschriften
  • Hoofdstuk 4.2 beheersing van oppervlaktewaterverontreining met bijlagen 4.2.5.1 en 4.2.5.2
  • Hoofdstuk 4.3 beheersing van bodem- en grondwaterverontreiniging.

Sectorale voorwaarden:

  • Hoofstuk 5.15 garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen
  • Hoofdstuk 5BIS.0 algemene bepalingen
  • Hoofdstuk 5BIS.15.5 inrichtingen bedoeld in rubriek 15.5.

Bijzondere voorwaarden:

  • De mazouttank dient uiterlijk 31 oktober 2019 voorzien te zijn van een inkuiping
  • De opslagtank voor olie dient uiterlijk 31 oktober 2019 voorzien te zijn van een inkuiping
  • De keuringsattesten dienen na keuring bezorgd te worden aan milieu@aalter.be en dit voor 31 december 2019.

Artikel 3

Het project kan uitgevoerd of geëxploiteerd worden de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.

Artikel 4

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

  • als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
  • als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
  • als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Artikel 5

Tegen deze beslissing kan een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging ingediend worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De procedure wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.