Terug
Gepubliceerd op 26/02/2020

2019_CBS_01973 - Collegebeslissing betreffende de aanleg van een glasvezelkabel in de Blekkervijverstraat op verzoek van Engie Fabricom in opdracht van Eurofiber nv

College van Burgemeester en Schepenen
ma 24/06/2019 - 16:00 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Dirk De Smul, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Luc De Meyer, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Afwezig

Herlinde Trenson

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_CBS_01973 - Collegebeslissing betreffende de aanleg van een glasvezelkabel in de Blekkervijverstraat op verzoek van Engie Fabricom in opdracht van Eurofiber nv 2019_CBS_01973 - Collegebeslissing betreffende de aanleg van een glasvezelkabel in de Blekkervijverstraat op verzoek van Engie Fabricom in opdracht van Eurofiber nv

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op het ministerieel besluit van 27 september 2010 betreffende de goedkeuring van het technisch plan van het bovengemeentelijk rioleringsproject Riolering stationsomgeving - projectnummer 22.249;

Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 26 oktober 2009 betreffende de goedkeuring om de bovengemeentelijke en gemeentelijke rioleringsprojecten 22.249/O209047A voor de aansluiting van het afvalwater stationsbuurt Sint-Maria-Aalter te koppelen en gezamenlijk uit te voeren;

Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 7 maart 2016 betreffende de goedkeuring van het ontwerp, bijzonder bestek, raming en meetstaat en samenwerkingsovereenkomst voor de gecombineerde uitvoering van de voorbereidende rioleringswerken 22.249A/O209047AA – Aansluiten afvalwater stationsbuurt Sint-Maria-Aalter samen met het Tuc Rail project Aanleg van de nieuwe brug Knesselaarsestraat;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van prefusiebestuur van Aalter van 18 december 2017 betreffende de goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst Burgerlijke bouwkunde voor de aanleg van het 3e en 4e spoor op de lijn L50a tussen Gent en Brugge - baanvak Aalter – Beernem - op grondgebied van gemeente Aalter tussen Infrabel, NMBS, gemeentebestuur Aalter en Aquafin;

Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 18 december 2017 betreffende de goedkeuring van het ontwerpdossier voor het project Aansluiting afvalwater stationsbuurt (gecombineerd dossier met Tuc Rail, werken aan de herinrichting van de stopplaats Maria-Aalter) opgemaakt door het studiebureel Goegebeur;

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 10 december 2012 omtrent de goedkeuring van het voorstel van Tuc Rail over de afschaffing van de overwegen tussen Aalter en Beernem en de werftoegangen;

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 26 juni 2017 betreffende de verplaatsingsbevelen voor de nutsleidingen in het werfzone naar aanleiding van de opstart van de 3e fase van het project Aanleg 3e en 4e Spoor;

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 19 maart 2018 betreffende de machtiging tot het vervangen van de leidingen in de Blekkervijverstraat, Planterijstraat, Knesselaarsestraat en Vaartlaan (rioleringsproject stationsomgeving Sint-Maria-Aalter) op verzoek van Farys;

Gelet op de brief van 3 juni 2019 van Engie Fabricom in opdracht van Eurofiber nv, Belgicastraat 5 bus 7 in Zaventem waarbij de toelating wordt gevraagd voor de aanleg van een glasvezelkabel ten behoeve van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk van Orange in de Blekkervijverstraat;

Gelet op het ontwerpplan nr. 327556 EUF191620 met aanduiding van de plaats van de werken;

Overwegende dat een glasvezelkabel in de Blekkervijverstraat dient te worden aangelegd tussen 2 nieuwe inspectieputten ter hoogte van Planterijstraat 1 en ter hoogte van het station in Vaanders; dat 2 onderboringen worden uitgevoerd onder Vaanders en de Blekkervijverstraat;

Overwegende dat de aanleg van de glasvezelkabel in synergie in de sleuf van Farys langs de Blekkervijverstraat wordt aangelegd;

Overwegende dat deze werken interfereren met het project AP0204-018 Rioleringsproject Stattionsbuurt Sint-Maria-Aalter/Vaartlaan en het project AP0304-001 Aanleg 3e en 4e spoor; dat bij de aanleg van de glasvezelkabel rekening moet gehouden worden met de geplande werken van beide projecten;

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 ยง2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Goedkeuring te verlenen aan het ontwerpplan nr. 327556 EUF191620 van Engie Fabricom in opdracht van Eurofiber nv, Belgicastraat 5 bus 7 in Zaventem voor de aanleg van een glasvezelkabel ten behoeve van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk in de Blekkervijverstraat, mits er rekening gehouden wordt met de volgende voorwaarden:

  • voor de aanleg van de glasvezelkabel wordt gebruik gemaakt van de sleuf van Farys langs de Blekkervijverstraat; de werken dienen in synergie met Farys te worden uitgevoerd;
  • de werken dienen in synergie te worden uitgevoerd met het project AP0204-018 Rioleringsproject Stattionsbuurt Sint-Maria-Aalter/Vaartlaan en het project AP0304-001 Aanleg 3e en 4e spoor;
  • het bekomen van de wegvergunning voor deze werken (minstens 14 dagen op voorhand aan te vragen).
  • er dient contact opgenomen te worden met de politie omtrent eventuele wegomleidingen.
  • de aanpalende bewoners en bedrijven dienen minimum 3 werkdagen op voorhand per brief op de hoogte gebracht te worden van de totaliteit van de ondergrondse én bovengrondse werken, de fasering en elke wijziging in de planning. Dit zowel voor de werken in eigen beheer als voor de werken die uitbesteed worden en in opdracht worden uitgevoerd door aannemers. De hinder dient tot een minimum te worden beperkt.
  • het gemeentebestuur wenst een kopie te ontvangen van de brief die gericht wordt aan de bewoners en bedrijven.
  • voor aanvang van de werken dient een plaatsbeschrijving in 3 exemplaren bezorgd te worden aan het gemeentebestuur, die door middel van een fotoreportage een globaal beeld geeft van de huidige toestand van het openbaar domein.
  • alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het standaardbestek 250 versie 4.1.
  • De rijweg wordt maximaal gevrijwaard en kan onder geen beding worden opgebroken. Het aanleggen van de nieuwe leidingen onder de rijbaan gebeurt door middel van handboringen of gestuurde boringen.
  • voor rijwegen in betonverharding gelden onder meer volgende richtlijnen:
    • betonvak minimaal over halve lengte van het vak uitbreken en herstellen tot aan bestaande voeg en nieuwe plaat verdeuvelen.
    • er wordt steeds over de volledige dikte van de verharding ingesneden. De vorm van de te vernieuwen zone is steeds rechthoekig.
    • voor doorgaand gewapend beton is de lengte en de breedte van de uitbraakzone  nooit kleiner dan 2,5 m. De breedte is nooit kleiner dan een halve rijstrookbreedte.
    • de nominale lengte van de betonplaten bij ongewapend beton is 5 m, tenzij anders vermeld in de opdrachtdocumenten.
    • wanneer evenwel de lengte van de te vernieuwen strook niet overeenstemt met een veelvoud van 5 m, mag de plaatlengte variëren van 4 m tot 6 m.
  • voor fietspaden in betonverharding gelden volgende richtlijnen:
    • het fietspad over de volledige lengte van het vak  uitbreken en herstellen tot aan een bestaande voeg (desgevallend over een lengte van 4 – 5 meter)
    • opbraak over volledige breedte van het fietspad.
    • fundering minimaal conform bestaande.
    • aansluiting op bestaand beton wordt behandeld als dwarse werkvoeg en de voegen worden verdeuveld.
    • kleur en markeringen idem bestaande fietspad.
  • voor opritten in kws-verharding gelden meer bepaald volgende richtlijnen:
    • de verharding wordt rechtlijnig ingesneden op volle dikte door middel van een zaagsnede; de te vervangen zone is steeds rechthoekig en loopt loodrecht op of evenwijdig met de as van de weg.
    • op- en afbraakmaterialen die niet ter plaatse gebruikt kunnen worden, worden eigendom van de aannemer en onmiddellijk afgevoerd van de werfzone.
    • bitumineuze verhardingen met teer als bindmiddel worden afzonderlijk opgebroken en selectief afgevoerd.
    • aanvullingen, onderfundering en fundering worden aangebracht conform SB 250 rekening houdend met de minimale draagkracht. Op eenvoudig verzoek dienen de resultaten van de proeven voorgelegd te worden aan het gemeentebestuur.
    • een goede aansluiting met de bestaande asfaltverharding van de oprit en de rijweg door middel van voegband is noodzakelijk.
    • bij het aanbrengen van kws-verhardingen wordt rekening gehouden met de minimale temperatuur van de lucht zoals bepaald in het standaardbestek.
  • aanleg van leidingen in open sleuf is toegestaan ter hoogte van bermen, opritten en in voetpaden mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
    • aanvullingen boven leidingen in open sleuf aangelegd dienen goed te worden gedicht.
    • de opgebroken opritten en fietspaden in kleinschalige verharding dienen oordeelkundig te worden hersteld, met minimale dikte van fundering in mager beton van 20 cm en een legbed van 3 cm zandcement. Gebroken of beschadigde klinkers of betontegels worden vervangen door identieke of gelijkwaardige exemplaren. Het bestaand legverband wordt gevolgd. De klinkers en betontegels dienen meermaals te worden ingezand. Kasseien worden met voegmortel of split terug ingevoegd.
    • bermen in steenslagverharding worden met de nodige steenslag heraangelegd, aarden bermen worden terug ingezaaid.
    • resultaten van de genomen slagsonde langs de sleuven in berm, voetpadzone en opritten dienen op vraag van het gemeentebestuur ter beschikking te worden gesteld.
  • de nieuwe leidingen worden aangelegd op minimum 30 cm afstand van de bestaande hoofdriolering en ingebuisde grachten. Ze kruisen op minimum 20 cm afstand de bestaande huisaansluitingen op het rioleringsstelsel. Schade aan de openbare riolering (inclusief huisaansluitingen en kolkaansluitingen) ten gevolge van graafwerken wordt onmiddellijk gemeld aan het gemeentebestuur en oordeelkundig hersteld, waarvan het bewijs geleverd wordt door fotomateriaal.
  • leidingen aangelegd in de berm evenwijdig met de gracht dienen op minimum 50 cm van de kruin van de gracht te worden aangelegd.
  • ter hoogte van de aanwezige beplanting dienen bijkomende bijzondere voorwaarden te worden gerespecteerd:
    • afbakenen van een ‘beschermingszone’ ter hoogte van de bomen. De beschermingszone moet het wortelgestel beschermen tegen beschadiging. De grootte van de beschermingszone wordt als volgt bepaald: de kroonprojectie + 2,5 meter buiten de kroonprojectie.
    • binnen de beschermingszone mag er geen bodemverstoring of bodemverdichting zijn, geen ophoging of afgraving van de grond, geen opslag van materiaal, geen afval of puin storten, noch op de grond, noch in een container, geen toegang voor voertuigen of parking, geen tijdelijke gebouwen of werfketen, geen vuurtjes, alle ondergrondse leidingen omleiden buiten de beschermingszone, veranderingen in oppervlakkige waterafvoer in of uit de beschermingszone vermijden, geen waterhoeveelheden groter dan 100 liter uitgieten in de buurt van de bomen (bv spoelwater), solventen niet uitgieten in de buurt van de bomen, veranderingen in drainage zo ontwerpen dat de natuurlijke waterhuishouding binnen de beschermingszone zoveel mogelijk bewaard blijft, het zwenkbereik van torenkranen aanpassen zodat de boomkroon niet kan geraakt worden, ook niet door doorhangende kabels.
    • verplicht gebruik van perstechniek in de omgeving van de stam (= zone tot 2,5 m van de stam verwijderd), geen open sleuven. Het persen of boren gebeurt recht onder de boomstam om zo het minst wortels te beschadigen. De leidingen en kabels onder de boom moeten minstens 1 m diep gelegd worden.
    • machinaal grondverzet is verboden; binnen de beschermingszone van de boom (= 2 m tot buiten de kroonprojectie) wordt handmatig een sleuf gegraven, hierbij worden alle wortels met handgereedschap afgezaagd. De wortels worden dwars doorgezaagd met een scherpe handsnoeizaag. De verdere afgraving weg van de boom kan met zwaar materiaal, zonder extra wortelschade voor de boom. Wortels worden zoveel mogelijk behouden en er worden geen wortels dikker dan 5 cm weggenomen.
    • om de wortels te beschermen tegen uitdroging, wordt het blootgelegd bodemprofiel zo vlug mogelijk afgewerkt met aarde.
    • de bermen dienen in hun oorspronkelijke staat te worden hersteld.
    • alle afwijkingen moeten goedgekeurd worden door het gemeentebestuur.
  • in geval van werken ter hoogte van beplanting gelden volgende voorwaarden:
    • beschadiging aan beplanting dient zoveel mogelijk te worden voorkomen door middel van onderboring.
    • de te verwijderen beplanting dient vervangen te worden door nieuwe beplanting van dezelfde soort en maat ofwel dient de beplanting gedurende de duur van de werken (maximaal 1 week) te worden ingekuild en zo snel mogelijk opnieuw te worden aangeplant (bij droogte dient aan de beplanting regelmatig water te worden gegeven).
  • na de uitvoering van de werken dient het openbaar domein volgens de regels van de kunst in goede staat te worden hersteld.
  • het gemeentebestuur wordt in kennis gesteld van de einddatum van de werken zodat een nacontrole kan uitgevoerd worden in aanwezigheid van de opdrachtgever en uitvoerder.