Gelet op de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
Gelet op de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;
Gelet op het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling;
Gelet op het decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 2018 inzake de definiëring van uitzonderlijk werk in uitvoering van artikel 1, § 4 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;
Gelet op de CAO nr. 108 van 16 juli 2013 betreffende de tijdelijke arbeid en de uitzendarbeid;
Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 13 mei 2019 betreffende het definitief vaststellen van de definiëring van het dagelijks personeelsbeheer;
Overwegende dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid enkel kan worden gesloten ter uitvoering van een bij wet toegelaten vorm van “tijdelijke arbeid”;
Overwegende dat sedert 27 april 2018 ook voor lokale besturen expliciet de mogelijkheid voorzien wordt om gebruik te maken van uitzendarbeid;
Overwegende dat indien men binnen een lokaal bestuur een beroep wil doen op uitzendarbeid, de raad voor maatschappelijk welzijn eerst moet beslissen in welke gevallen men een beroep wil doen op uitzendarbeid binnen het lokaal bestuur binnen de krijtlijnen van het decreet en welke verdere modaliteiten hieraan moeten worden gekoppeld;
Overwegende dat het decreet van 27 april 2018 diverse mogelijke motieven voorziet en ook diverse duurtijden; dat het vast bureau voorstelt om alle bij decreet voorziene mogelijke motieven over te nemen en de mogelijke duur zo ruim mogelijk te houden;
Overwegende dat het decreet van 27 april 2018 voorziet in een kennisgeving en monitoring aan de representatieve vakorganisaties;
Overwegende dat er jaarlijks een budgetoefening plaatsvindt;
Overwegende dat het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid dient voorgelegd te worden aan de vakorganisaties;
Gelet op artikel 84 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin de bevoegdheden van het vast bureau staan over het voorbereiden van de beraadslagingen en de besluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn en het uitvoeren van de besluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn;
Er wordt prioritair een beroep gedaan op kandidaten uit een geldende werfreserve vooraleer uitzendarbeid wordt toegepast. Indien mogelijk wordt aan personeelsleden met een deeltijdse arbeidsovereenkomst of deeltijdse opdracht de mogelijkheid gegeven om hun arbeidsovereenkomst of aanstelling tijdelijk uit te breiden.
Binnen het lokaal bestuur kan een beroep gedaan worden op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen:
Voor elke vorm van uitzendarbeid zoals voorzien in artikel 2, is uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de eventuele verlengingen.
Een overheidsopdracht op te starten voor de gunning van de aanstelling van een uitzendbureau met wie de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid in uitvoering van dit besluit wordt gesloten.
De algemeen directeur beslist over het gebruik van uitzendkrachten binnen het kader van het jaarlijks vastgelegde budget.
De representatieve vakorganisaties worden voorafgaandelijk per e-mail in kennis gesteld van geplande indienstnemingen via uitzendarbeid.
In het eerste BOC van het kalenderjaar worden aan de representatieve vakorganisaties voor het voorafgaande kalenderjaar de volgende gegevens verschaft:
Het uitzendbureau oefent geen diensten uit voor zover die diensten verband houden met een staking.
Het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid voor te leggen op het eerstkomend vakbondsoverleg.
Na afloop van het vakbondsoverleg, het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid voor te leggen in een volgende zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn.