Terug
Gepubliceerd op 24/02/2020

2019_VB_00314 - Beslissing van het vast bureau betreffende het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid

Vast Bureau
ma 18/11/2019 - 17:00 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Dirk De Smul, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Luc De Meyer, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_VB_00314 - Beslissing van het vast bureau betreffende het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid 2019_VB_00314 - Beslissing van het vast bureau betreffende het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid

Motivering

Motivering

Gelet op de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

Gelet op de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;

Gelet op het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling;

Gelet op het decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 2018 inzake de definiëring van uitzonderlijk werk in uitvoering van artikel 1, § 4 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;

Gelet op de CAO nr. 108 van 16 juli 2013 betreffende de tijdelijke arbeid en de uitzendarbeid;

Gelet op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 13 mei 2019 betreffende het definitief vaststellen van de definiëring van het dagelijks personeelsbeheer;

Overwegende dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid enkel kan worden gesloten ter uitvoering van een bij wet toegelaten vorm van “tijdelijke arbeid”;

Overwegende dat sedert 27 april 2018 ook voor lokale besturen expliciet de mogelijkheid voorzien wordt om gebruik te maken van uitzendarbeid;

Overwegende dat indien men binnen een lokaal bestuur een beroep wil doen op uitzendarbeid, de raad voor maatschappelijk welzijn eerst moet beslissen in welke gevallen men een beroep wil doen op uitzendarbeid binnen het lokaal bestuur binnen de krijtlijnen van het decreet en welke verdere modaliteiten hieraan moeten worden gekoppeld;

Overwegende dat het decreet van 27 april 2018 diverse mogelijke motieven voorziet en ook diverse duurtijden; dat het vast bureau voorstelt om alle bij decreet voorziene mogelijke motieven over te nemen en de mogelijke duur zo ruim mogelijk te houden;

Overwegende dat het decreet van 27 april 2018 voorziet in een kennisgeving en monitoring aan de representatieve vakorganisaties;

Overwegende dat er jaarlijks een budgetoefening plaatsvindt;

Overwegende dat het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid dient voorgelegd te worden aan de vakorganisaties;

Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder)

Gelet op artikel 84 §1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin de bevoegdheden van het vast bureau staan over het voorbereiden van de beraadslagingen en de besluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn en het uitvoeren van de besluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn;

Besluit

Het vast bureau beslist:

Artikel 1

Er wordt prioritair een beroep gedaan op kandidaten uit een geldende werfreserve vooraleer uitzendarbeid wordt toegepast. Indien mogelijk wordt aan personeelsleden met een deeltijdse arbeidsovereenkomst of deeltijdse opdracht de mogelijkheid gegeven om hun arbeidsovereenkomst of aanstelling tijdelijk uit te breiden.

Artikel 2

Binnen het lokaal bestuur kan een beroep gedaan worden op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen:

  • Tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst;
  • Tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
  • Tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van zorgkrediet;
  • Tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of slechts deeltijds uitoefent;
  • Een tijdelijke vermeerdering van werk;
  • Uitvoering van uitzonderlijk werk;
  • In het kader van tewerkstellingstrajecten;
  • Voor artistieke prestaties of artistieke werken.

Artikel 3

Voor elke vorm van uitzendarbeid zoals voorzien in artikel 2, is uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de eventuele verlengingen.

Artikel 4

Een overheidsopdracht op te starten voor de gunning van de aanstelling van een uitzendbureau met wie de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid in uitvoering van dit besluit wordt gesloten.

Artikel 5

De algemeen directeur beslist over het gebruik van uitzendkrachten binnen het kader van het jaarlijks vastgelegde budget.

Artikel 6

De representatieve vakorganisaties worden voorafgaandelijk per e-mail in kennis gesteld van geplande indienstnemingen via uitzendarbeid.

Artikel 7

In het eerste BOC van het kalenderjaar worden aan de representatieve vakorganisaties voor het voorafgaande kalenderjaar de volgende gegevens verschaft:

  • Per motief het aantal uitzendkrachten en het aantal uren die ze gepresteerd hebben;
  • De totale kostprijs van de inzet van uitzendkrachten;
  • De gegevens betreffende gebeurlijke arbeidsongevallen waarbij uitzendkrachten waren betrokken.

Artikel 8

Het uitzendbureau oefent geen diensten uit voor zover die diensten verband houden met een staking.

Artikel 9

Het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid voor te leggen op het eerstkomend vakbondsoverleg.

Artikel 10

Na afloop van het vakbondsoverleg, het kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid voor te leggen in een volgende zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn.