Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van prefusiebestuur Aalter van 20 november 2017 betreffende het ontwerp verkavelingsovereenkomst (Novus-Van Parys) en infrastructuurwerken in Papenwal en Sportlaan;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van prefusiebestuur Aalter van 10 december 2018 betreffende de herziening van de kostenverdeling van de infrastructuurwerken in Papenwal en het addendum verkavelingsovereenkomst in de Sint-Jozefstraat (Novus-Van Parys);
Gelet op de brief van 28 december 2018 van Eandis waarbij de toelating gevraagd wordt voor het aanpassen van het middenspannings-, laagspannings- en openbare verlichtingsnet in Papenwal;
Gelet op de ontwerpplannen nr. 325825MS+LS+OV met aanduiding van de plaats van de werken;
Overwegende dat het aanpassen van het laagspannings- en middenspanningsnet noodzakelijk is na het slopen van cabine DC4989 Papenwal en het inlussen van DC6391 Biesemkerkweg (verkaveling Novus-Van Parys); dat het aanpassen van het openbaar verlichtingsnet in synergie wordt uitgevoerd voor het vernieuwen van de openbare verlichting;
Goedkeuring te verlenen aan de ontwerpplannen nr. 325825MS+LS+OV van Eandis, Bomastraat 11 in Gent voor het aanpassen van het middenspannings-, laagspannings- en openbare verlichtingsnet in Papenwal, mits er rekening gehouden wordt met de volgende voorwaarden:
§ de werken dienen in synergie te worden uitgevoerd met de andere nutsmaatschappijen.
§ het bekomen van de wegvergunning voor deze werken (minstens 14 dagen op voorhand aan te vragen).
§ er dient contact opgenomen te worden met de politie omtrent eventuele wegomleidingen.
§ de aanpalende bewoners en bedrijven dienen minimum 3 werkdagen op voorhand per brief op de hoogte gebracht te worden van de totaliteit van de ondergrondse én bovengrondse werken, de fasering en elke wijziging in de planning. Dit zowel voor de werken in eigen beheer als voor de werken die uitbesteed worden en in opdracht worden uitgevoerd door aannemers. De hinder dient tot een minimum te worden beperkt.
§ het gemeentebestuur wenst een kopie te ontvangen van de brief die gericht wordt aan de bewoners en bedrijven.
§ voor aanvang van de werken dient een plaatsbeschrijving in 3 exemplaren bezorgd te worden aan het gemeentebestuur, die door middel van een fotoreportage een globaal beeld geeft van de huidige toestand van het openbaar domein.
§ alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het standaardbestek 250 versie 4.
§ de afspraken gesteld in het vergaderverslag van studiebureau Goegebeur van het overleg met de nutsmaatschappijen van 19 september 2018 en latere vergaderingen moeten worden nageleefd.
§ de rijweg wordt maximaal gevrijwaard en kan onder geen beding worden opgebroken. Het aanleggen van de nieuwe leidingen onder de rijbaan gebeurt door middel van handboringen of gestuurde boringen.
§ voor rijwegen in betonverharding gelden onder meer volgende richtlijnen:
- betonvak minimaal over halve lengte van het vak uitbreken en herstellen tot aan bestaande voeg en nieuwe plaat verdeuvelen.
- er wordt steeds over de volledige dikte van de verharding ingesneden. De vorm van de te vernieuwen zone is steeds rechthoekig.
- voor doorgaand gewapend beton is de lengte en de breedte van de uitbraakzone nooit kleiner dan 2,5 m. De breedte is nooit kleiner dan een halve rijstrookbreedte.
- de nominale lengte van de betonplaten bij ongewapend beton is 5 m, tenzij anders vermeld in de opdrachtdocumenten.
- wanneer evenwel de lengte van de te vernieuwen strook niet overeenstemt met een veelvoud van 5 m, mag de plaatlengte variëren van 4 m tot 6 m.
§ voor opritten in kws-verharding gelden meer bepaald volgende richtlijnen:
- de verharding wordt rechtlijnig ingesneden op volle dikte door middel van een zaagsnede; de te vervangen zone is steeds rechthoekig en loopt loodrecht op of evenwijdig met de as van de weg.
- op- en afbraakmaterialen die niet ter plaatse gebruikt kunnen worden, worden eigendom van de aannemer en onmiddellijk afgevoerd van de werfzone.
- bitumineuze verhardingen met teer als bindmiddel worden afzonderlijk opgebroken en selectief afgevoerd.
- aanvullingen, onderfundering en fundering worden aangebracht conform SB 250 rekening houdend met de minimale draagkracht. Op eenvoudig verzoek dienen de resultaten van de proeven voorgelegd te worden aan het gemeentebestuur.
- een goede aansluiting met de bestaande asfaltverharding van de oprit en de rijweg door middel van voegband is noodzakelijk.
- bij het aanbrengen van kws-verhardingen wordt rekening gehouden met de minimale temperatuur van de lucht zoals bepaald in het standaardbestek.
§ aanleg van leidingen in open sleuf is toegestaan ter hoogte van bermen en opritten mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
- aanvullingen boven leidingen in open sleuf aangelegd dienen goed te worden gedicht.
- de opgebroken opritten in kleinschalige verharding dienen oordeelkundig te worden hersteld, met minimale dikte van fundering in mager beton van 20 cm en een legbed van 3 cm zandcement. Gebroken of beschadigde klinkers of betontegels worden vervangen door identieke of gelijkwaardige exemplaren. Het bestaand legverband wordt gevolgd. De klinkers en betontegels dienen meermaals te worden ingezand. Kasseien worden met voegmortel of split terug ingevoegd.
- bermen in steenslagverharding worden met de nodige steenslag heraangelegd, aarden bermen worden terug ingezaaid.
- resultaten van de genomen slagsonde langs de sleuven in berm en opritten dienen op vraag van het gemeentebestuur ter beschikking te worden gesteld.
§ de nieuwe leidingen worden aangelegd op minimum 30 cm afstand van de bestaande hoofdriolering en ingebuisde grachten. Ze kruisen op minimum 20 cm afstand de bestaande huisaansluitingen op het rioleringsstelsel. Schade aan de openbare riolering (inclusief huisaansluitingen en kolkaansluitingen) ten gevolge van graafwerken wordt onmiddellijk gemeld aan het gemeentebestuur en oordeelkundig hersteld, waarvan het bewijs geleverd wordt door fotomateriaal.
§ ter hoogte van de aanwezige beplanting dienen bijkomende bijzondere voorwaarden te worden gerespecteerd:
- afbakenen van een ‘beschermingszone’ ter hoogte van de bomen. De beschermingszone moet het wortelgestel beschermen tegen beschadiging. De grootte van de beschermingszone wordt als volgt bepaald: de kroonprojectie + 2,5 meter buiten de kroonprojectie.
- binnen de beschermingszone mag er geen bodemverstoring of bodemverdichting zijn, geen ophoging of afgraving van de grond, geen opslag van materiaal, geen afval of puin storten, noch op de grond, noch in een container, geen toegang voor voertuigen of parking, geen tijdelijke gebouwen of werfketen, geen vuurtjes, alle ondergrondse leidingen omleiden buiten de beschermingszone, veranderingen in oppervlakkige waterafvoer in of uit de beschermingszone vermijden, geen waterhoeveelheden groter dan 100 liter uitgieten in de buurt van de bomen (bv spoelwater), solventen niet uitgieten in de buurt van de bomen, veranderingen in drainage zo ontwerpen dat de natuurlijke waterhuishouding binnen de beschermingszone zoveel mogelijk bewaard blijft, het zwenkbereik van torenkranen aanpassen zodat de boomkroon niet kan geraakt worden, ook niet door doorhangende kabels.
- verplicht gebruik van perstechniek in de omgeving van de stam (= zone tot 2,5 m van de stam verwijderd), geen open sleuven. Het persen of boren gebeurt recht onder de boomstam om zo het minst wortels te beschadigen. De leidingen en kabels onder de boom moeten minstens 1 m diep gelegd worden.
- machinaal grondverzet is verboden; binnen de beschermingszone van de boom (= 2 m tot buiten de kroonprojectie) wordt handmatig een sleuf gegraven, hierbij worden alle wortels met handgereedschap afgezaagd. De wortels worden dwars doorgezaagd met een scherpe handsnoeizaag. De verdere afgraving weg van de boom kan met zwaar materiaal, zonder extra wortelschade voor de boom. Wortels worden zoveel mogelijk behouden en er worden geen wortels dikker dan 5 cm weggenomen.
- om de wortels te beschermen tegen uitdroging, wordt het blootgelegd bodemprofiel zo vlug mogelijk afgewerkt met aarde.
- de bermen dienen in hun oorspronkelijke staat te worden hersteld.
- alle afwijkingen moeten goedgekeurd worden door het gemeentebestuur.
§ in geval van werken ter hoogte van beplanting gelden volgende voorwaarden:
- beschadiging aan beplanting dient zoveel mogelijk te worden voorkomen door middel van onderboring.
- de te verwijderen beplanting dient vervangen te worden door nieuwe beplanting van dezelfde soort en maat ofwel dient de beplanting gedurende de duur van de werken (maximaal 1 week) te worden ingekuild en zo snel mogelijk opnieuw te worden aangeplant (bij droogte dient aan de beplanting regelmatig water te worden gegeven).
§ na de uitvoering van de werken dient het openbaar domein volgens de regels van de kunst in goede staat te worden hersteld.
§ het gemeentebestuur wordt in kennis gesteld van de einddatum van de werken zodat een nacontrole kan uitgevoerd worden in aanwezigheid van de opdrachtgever en uitvoerder.