Terug
Gepubliceerd op 19/03/2020

2019_CBS_04041 - Collegebeslissing betreffende de aanleg van ondergronds kabelnet in Vaanders (Aanleg 3e & 4e spoor – fase 3) op verzoek van Telenet

College van Burgemeester en Schepenen
ma 16/12/2019 - 16:00 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Dirk De Smul, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Luc De Meyer, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_CBS_04041 - Collegebeslissing betreffende de aanleg van ondergronds kabelnet in Vaanders (Aanleg 3e & 4e spoor – fase 3) op verzoek van Telenet 2019_CBS_04041 - Collegebeslissing betreffende de aanleg van ondergronds kabelnet in Vaanders (Aanleg 3e & 4e spoor – fase 3) op verzoek van Telenet

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 10 december 2012 omtrent de goedkeuring van het voorstel van Tuc Rail over de afschaffing van de overwegen tussen Aalter en Beernem en de werftoegangen;

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 26 juni 2017 betreffende de verplaatsingsbevelen voor de nutsleidingen in het werfzone naar aanleiding van de opstart van de 3e fase van het project Aanleg 3e en 4e Spoor;

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 5 maart 2018 betreffende het verplaatsen van het net in Vaanders en Bokhoutlaan (Aanleg 3e & 4e spoor – fase 3) op verzoek van Proximus;

Gelet op de collegebeslissing van prefusiebestuur van Aalter van 12 maart 2018 betreffende het verplaatsen van middenspanningsnet in Vaanders (Aanleg 3e & 4e spoor – fase 3) op verzoek van Eandis;

Gelet op de aanvraag van 11 december 2019 van Telenet waarbij de toelating gevraagd wordt voor de aanleg van ondergronds kabelnet in Vaanders voor fase 3 van het project Aanleg 3e & 4e spoor;

Gelet op het ontwerpplan nr. 25022692 met aanduiding van de plaats van de werken;

Overwegende dat 1.150 meter ondergronds kabelnet wordt aangelegd in de zone vastgelegd door Tuc Rail langsheen de spoorlijn ter hoogte van Vaanders; dat de werken in synergie met Fluvius staan ingepland voor 8 januari 2020;

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Goedkeuring te verlenen aan het plan nr. 25022692 van Telenet, Antoon Catriestraat 18 in Drongen voor de aanleg van ondergronds kabelnet in Vaanders voor fase 3 van het project Aanleg 3e & 4e spoor, mits er rekening gehouden wordt met de volgende voorwaarden:

  • de werken dienen in synergie te worden uitgevoerd met de andere nutsmaatschappijen.
  • de wegvergunning voor deze werken dient tijdig te worden aangevraagd via www.aalter.be/inname.
  • er dient contact opgenomen te worden met de politie omtrent eventuele wegomleidingen.
  • de aanpalende bewoners en bedrijven dienen minimum 3 werkdagen op voorhand per brief op de hoogte gebracht te worden van de totaliteit van de ondergrondse én bovengrondse werken, de fasering en elke wijziging in de planning. Dit zowel voor de werken in eigen beheer als voor de werken die uitbesteed worden en in opdracht worden uitgevoerd door aannemers. De hinder dient tot een minimum te worden beperkt.
  • het gemeentebestuur wenst een kopie te ontvangen van de brief die gericht wordt aan de bewoners en bedrijven.
  • voor aanvang van de werken dient een plaatsbeschrijving in 3 exemplaren bezorgd te worden aan het gemeentebestuur, die door middel van een fotoreportage een globaal beeld geeft van de huidige toestand van het openbaar domein.
  • alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het standaardbestek 250 versie 4.1.
  • de afspraken gesteld in het vergaderverslag van het overleg met Tuc Rail en de nutsmaatschappijen van 21 september 2017 en latere vergaderingen moeten worden nageleefd.
  • alle nutsleidingen gelegen binnen de werkzone van het project, aangeduid op de plannen zoals besproken in het overleg, die gekende en niet gekende knelpunten veroorzaken voor het project, dienen te worden verplaatst.
  • de aanpassings- en verplaatsingswerken dienen in synergie met de andere nutsmaatschappijen in januari 2020 te worden uitgevoerd.
  • alle mogelijke verrekeningen (stillig, sonderingswerken, ..) door de hoofdaannemer van de werken aan het gemeentebestuur doorgerekend ten gevolge van niet verplaatste leidingen binnen de werkzone zullen onmiddellijk worden doorgerekend aan de vergunningshouders van de nutsinstallaties.
  • de nodige plannen met betrekking tot de aanpassingswerken en de ligging van de nieuwe leidingen, opgemeten in xyz coördinaten dienen schriftelijk en digitaal aan het gemeentebestuur en het studiebureau te worden overgemaakt binnen een termijn van 15 werkdagen na het beëindigen van de werken.
  • in afwijking van de standaard voorwaarden mag de rijweg opgebroken worden op de locaties waar volledige opbraak en heraanleg voorzien is. Het herstel gebeurt in dit geval met een degelijke tijdelijke verharding die afgestemd is op de te verwachten belasting in afwachting van de heraanleg van de rijweg.
  • waar de bestaande rijweg niet gewijzigd wordt, blijven volgende voorwaarden van kracht: het aanleggen van de nieuwe leidingen onder de rijbaan gebeurt door middel van handboringen of gestuurde boringen; de rijweg kan onder geen beding worden opengebroken.
  • voor betonverhardingen gelden meer bepaald onder meer volgende richtlijnen:

-       voor betonwegen geldt standaard: betonvak minimaal over halve lengte van het vak uitbreken en herstellen tot aan bestaande voeg en nieuwe plaat verdeuvelen.

-       er wordt steeds over de volledige dikte van de verharding ingesneden. De vorm van de te vernieuwen zone is steeds rechthoekig.

-       voor doorgaand gewapend beton is de lengte en de breedte van de uitbraakzone nooit kleiner dan 2,5 m. De breedte is nooit kleiner dan een halve rijstrookbreedte.

-       de nominale lengte van de betonplaten bij ongewapend beton is 5 m, tenzij anders vermeld in de opdrachtdocumenten.

-       wanneer evenwel de lengte van de te vernieuwen strook niet overeenstemt met een veelvoud van 5 m, mag de plaatlengte variëren van 4 m tot 6 m.

-       voor fietspaden gelden volgende richtlijnen: minimale lengte 4 meter, voegband in aansluiting op bestaand beton, opbraak over volledige breedte van het fietspad, fundering minimaal conform bestaande, kleur en markeringen idem bestaande fietspad.

-       voor fietspaden geldt standaard volgende richtlijn: het fietspad minimaal over halve lengte van het vak uitbreken en herstellen tot aan een bestaande voeg (dwz minimale lengte van 2 – 2,5 meter).

  • voor (opritten in) kws-verharding gelden meer bepaald volgende richtlijnen:

-       de rijweg wordt maximaal gevrijwaard. bij gedeeltelijke opbraak van de kws-verharding wordt de verharding rechtlijnig ingesneden op volle dikte door middel van een zaagsnede; de te vervangen zone is steeds rechthoekig en loopt loodrecht op of evenwijdig met de as van de weg.

-       op- en afbraakmaterialen die niet ter plaatse gebruikt kunnen worden, worden eigendom van de aannemer en onmiddellijk afgevoerd van de werfzone.

-       bitumineuze verhardingen met teer als bindmiddel worden afzonderlijk opgebroken en selectief afgevoerd.

-       aanvullingen, onderfundering en fundering worden aangebracht conform SB 250 rekening houdend met de minimale draagkracht. Op eenvoudig verzoek dienen de resultaten van de proeven voorgelegd te worden aan het gemeentebestuur.

-       een goede aansluiting met de bestaande asfaltverharding van de oprit en de rijweg door middel van voegband is noodzakelijk.

-       bij het aanbrengen van kws-verhardingen wordt rekening gehouden met de minimale temperatuur van de lucht zoals bepaald in het standaardbestek.

  • aanleg van leidingen in open sleuf is toegestaan ter hoogte van bermen, opritten en in voetpaden mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

-       aanvullingen boven leidingen in open sleuf aangelegd dienen goed te worden gedicht.

-       de opgebroken opritten en fietspaden in kleinschalige verharding dienen oordeelkundig te worden hersteld, met minimale dikte van fundering in mager beton van 20 cm en een legbed van 3 cm zandcement. Gebroken of beschadigde klinkers of betontegels worden vervangen door identieke of gelijkwaardige exemplaren. Het bestaand legverband wordt gevolgd. De klinkers en betontegels dienen meermaals te worden ingezand. Kasseien worden met voegmortel of split terug ingevoegd.

-       bermen in steenslagverharding worden met de nodige steenslag heraangelegd, aarden bermen worden terug ingezaaid.

-       resultaten van de genomen slagsonde langs de sleuven in berm, voetpadzone en opritten dienen op vraag van het gemeentebestuur ter beschikking te worden gesteld.

  • de nieuwe leidingen worden aangelegd op minimum 30 cm afstand van de bestaande hoofdriolering en ingebuisde grachten. Ze kruisen op minimum 20 cm afstand de bestaande huisaansluitingen op het rioleringsstelsel. Schade aan de huisaansluitingen ten gevolge van graafwerken wordt onmiddellijk gemeld aan het gemeentebestuur en oordeelkundig hersteld, waarvan het bewijs geleverd wordt door fotomateriaal.
  • ter hoogte van de aanwezige beplanting dienen bijkomende bijzondere voorwaarden te worden gerespecteerd:

-       afbakenen van een ‘beschermingszone’ ter hoogte van de bomen. De beschermingszone moet het wortelgestel beschermen tegen beschadiging. De grootte van de beschermingszone wordt als volgt bepaald: de kroonprojectie + 2,5 meter buiten de kroonprojectie.

-       binnen de beschermingszone mag er geen bodemverstoring of bodemverdichting zijn, geen ophoging of afgraving van de grond, geen opslag van materiaal, geen afval of puin storten, noch op de grond, noch in een container, geen toegang voor voertuigen of parking, geen tijdelijke gebouwen of werfketen, geen vuurtjes, alle ondergrondse leidingen omleiden buiten de beschermingszone, veranderingen in oppervlakkige waterafvoer in of uit de beschermingszone vermijden, geen waterhoeveelheden groter dan 100 liter uitgieten in de buurt van de bomen (bv spoelwater), solventen niet uitgieten in de buurt van de bomen, veranderingen in drainage zo ontwerpen dat de natuurlijke waterhuishouding binnen de beschermingszone zoveel mogelijk bewaard blijft, het zwenkbereik van torenkranen aanpassen zodat de boomkroon niet kan geraakt worden, ook niet door doorhangende kabels.

-       verplicht gebruik van perstechniek in de omgeving van de stam (= zone tot 2,5 m van de stam verwijderd), geen open sleuven. Het persen of boren gebeurt recht onder de boomstam om zo het minst wortels te beschadigen. De leidingen en kabels onder de boom moeten minstens 1 m diep gelegd worden.

-       machinaal grondverzet is verboden; binnen de beschermingszone van de boom (= 2 m tot buiten de kroonprojectie) wordt handmatig een sleuf gegraven, hierbij worden alle wortels met handgereedschap afgezaagd. De wortels worden dwars doorgezaagd met een scherpe handsnoeizaag. De verdere afgraving weg van de boom kan met zwaar materiaal, zonder extra wortelschade voor de boom. Wortels worden zoveel mogelijk behouden en er worden geen wortels dikker dan 5 cm weggenomen.

-       om de wortels te beschermen tegen uitdroging, wordt het blootgelegd bodemprofiel zo vlug mogelijk afgewerkt met aarde.

-       de bermen dienen in hun oorspronkelijke staat te worden hersteld.

-       alle afwijkingen moeten goedgekeurd worden door het gemeentebestuur.

  • in geval van werken ter hoogte van beplanting gelden volgende voorwaarden:

-       beschadiging aan beplanting dient zoveel mogelijk te worden voorkomen door middel van onderboring.

-       de te verwijderen beplanting dient vervangen te worden door nieuwe beplanting van dezelfde soort en maat ofwel dient de beplanting gedurende de duur van de werken (maximaal 1 week) te worden ingekuild en zo snel mogelijk opnieuw te worden aangeplant (bij droogte dient aan de beplanting regelmatig water te worden gegeven).

  • na de uitvoering van de werken dient het openbaar domein volgens de regels van de kunst in goede staat te worden hersteld.
  • het gemeentebestuur wordt in kennis gesteld van de einddatum van de werken zodat een nacontrole kan uitgevoerd worden in aanwezigheid van de opdrachtgever en uitvoerder.