Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
Gelet op de terugkoppeling van de collegedenkdagen 2019;
Overwegende dat jaarlijks de vraag door burgers wordt gesteld of er al dan niet bladkorven kunnen worden geplaatst; dat er op vandaag geen aankoop gebeurt door het gemeentebestuur; dat indien bladkorven in het straatbeeld verschijnen, dit op initiatief is van de burger/buurt; dat het probleem zich stelt voor de ophaling van de bladkorven en wie hiervoor dient in te staan;
Overwegende dat de burger verwacht dat bladkorven worden opgehaald; dat de werkwijze voorheen werd gehanteerd om de burger te laten weten wanneer de veegronde van de straat plaatsvindt en op dat ogenblik de bladkorven te ledigen op de straat; dat de veger op deze manier de bladeren ophaalt;
Overwegende dat in de planning van de cel middelenbeheer werd opgenomen om bladkorven te plaatsen; dat een uniform standpunt dient opgenomen te worden voor het gehele grondgebied van de gemeente; dat zodoende een uniforme en duidelijke communicatie kan gevoerd worden met de burger;
Overwegende dat bladeren van straatbomen kunnen worden opgehaald door het gemeentebestuur; dat bladeren van de bomen uit de privétuin door de burger zelf dienen afgevoerd te worden naar bv. het groencomposteringspark; dat controle praktisch niet haalbaar is;
Overwegende dat de ophaling van bladval tijdens de herfst- en winterperiode louter een esthetische vraag is en zelden een veiligheidsvraag; dat in groene zones een mooie berm tijdens de bladval niet gelijk staat aan een bladloze berm; dat afgevallen bladeren tevens een habitat creëren voor kleinere dieren en een goede bodemstructuur ten goede komen;
Overwegende dat in de MJP 2020-2025 geen financiële middelen werden voorzien om over te gaan tot de aankoop van (extra) bladkorven;
Niet over te gaan tot de aankoop van extra bladkorven en geen bladkorven te plaatsen.
Bladkorven eventueel te laten ophalen via de vaste veegrondes, maar geen extra ophaling te organiseren.