Terug
Gepubliceerd op 26/02/2020

2019_CBS_01857 - Collegebeslissing betreffende het uitbreiden van het gasnet in de Knokstraat 54 A op verzoek van Fluvius

College van Burgemeester en Schepenen
ma 17/06/2019 - 16:00 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Hoste, Herlinde Trenson, Dirk De Smul, Mathias Van de Walle, Kristof De Blaere, Philippe Verleyen, Luc De Meyer, Kris Ally, Johan Van den Kerchove, Luc Jolie

Secretaris

Luc Jolie

Voorzitter

Patrick Hoste
2019_CBS_01857 - Collegebeslissing betreffende het uitbreiden van het gasnet in de Knokstraat 54 A op verzoek van Fluvius 2019_CBS_01857 - Collegebeslissing betreffende het uitbreiden van het gasnet in de Knokstraat 54 A op verzoek van Fluvius

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0031

Motivering

Gelet op de collegebeslissing van 6 mei 2019 betreffende het uitbreiden van de waterleiding in de Knokstraat 54 A op verzoek van Farys;

Gelet op de brief van 21 mei 2019 van Fluvius waarbij de toelating gevraagd wordt voor het uitbreiden van het gasnet in de Knokstraat voor aansluiting van de woning nr. 54 A;

Gelet op het ontwerpplan nr. 330722 met aanduiding van de uit te voeren werken;

Overwegende dat vanaf Knokstraat 56 het gasnet wordt uitgebreid met 16 meter tot aan de private toegangsweg naar de woning nr. 54 A;

Overwegende dat de uitbreidingswerken in synergie dienen te worden uitgevoerd met de andere nutsmaatschappijen;

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 56 ยง2 van het decreet lokaal bestuur
<p>artikel 56 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen</p>

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Goedkeuring te verlenen aan de aanvraag en het plan nr. 330722 van Fluvius, Bomastraat 11 in Gent voor het uitbreiden van het gasnet in de Knokstraat voor aansluiting van de woning nr. 54 A, mits er voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • de werken dienen in synergie te worden uitgevoerd met de andere nutsmaatschappijen.
  • het bekomen van de wegvergunning voor deze werken (minstens 14 dagen op voorhand aan te vragen).
  • er dient contact opgenomen te worden met de politie omtrent eventuele wegomleidingen.
  • de aanpalende bewoners en bedrijven dienen minimum 3 werkdagen op voorhand per brief op de hoogte gebracht te worden van de totaliteit van de ondergrondse én bovengrondse werken, de fasering en elke wijziging in de planning. Dit zowel voor de werken in eigen beheer als voor de werken die uitbesteed worden en in opdracht worden uitgevoerd door aannemers. De hinder dient tot een minimum te worden beperkt.
  • het gemeentebestuur wenst een kopie te ontvangen van de brief die gericht wordt aan de bewoners en bedrijven.
  • voor aanvang van de werken dient een plaatsbeschrijving in 3 exemplaren bezorgd te worden aan het gemeentebestuur, die door middel van een fotoreportage een globaal beeld geeft van de huidige toestand van het openbaar domein.
  • alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het standaardbestek 250 versie 4.1.
  • opbraak van de rijweg in kws-verharding in langsrichting is in geen geval toegelaten. Indien de aanleg van de leidingen in de zijberm technisch onhaalbaar blijkt, dient er contact opgenomen te worden met het gemeentebestuur.
  • voor rijwegen in betonverharding gelden onder meer volgende richtlijnen:
    • betonvak minimaal over halve lengte van het vak uitbreken en herstellen tot aan bestaande voeg en nieuwe plaat verdeuvelen.
    • er wordt steeds over de volledige dikte van de verharding ingesneden. De vorm van de te vernieuwen zone is steeds rechthoekig.
    • voor doorgaand gewapend beton is de lengte en de breedte van de uitbraakzone  nooit kleiner dan 2,5 m. De breedte is nooit kleiner dan een halve rijstrookbreedte.
    • de nominale lengte van de betonplaten bij ongewapend beton is 5 m, tenzij anders vermeld in de opdrachtdocumenten.
    • wanneer evenwel de lengte van de te vernieuwen strook niet overeenstemt met een veelvoud van 5 m, mag de plaatlengte variëren van 4 m tot 6 m.
  • voor opritten in kws-verharding gelden meer bepaald volgende richtlijnen:
    • de verharding wordt rechtlijnig ingesneden op volle dikte door middel van een zaagsnede; de te vervangen zone is steeds rechthoekig en loopt loodrecht op of evenwijdig met de as van de weg.
    • op- en afbraakmaterialen die niet ter plaatse gebruikt kunnen worden, worden eigendom van de aannemer en onmiddellijk afgevoerd van de werfzone.
    • bitumineuze verhardingen met teer als bindmiddel worden afzonderlijk opgebroken en selectief afgevoerd.
    • aanvullingen, onderfundering en fundering worden aangebracht conform SB 250 rekening houdend met de minimale draagkracht. Op eenvoudig verzoek dienen de resultaten van de proeven voorgelegd te worden aan het gemeentebestuur.
    • een goede aansluiting met de bestaande asfaltverharding van de oprit en de rijweg door middel van voegband is noodzakelijk.
    • bij het aanbrengen van kws-verhardingen wordt rekening gehouden met de minimale temperatuur van de lucht zoals bepaald in het standaardbestek.
  • aanleg van leidingen in open sleuf is toegestaan ter hoogte van bermen en opritten mits er voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
    • aanvullingen boven leidingen in open sleuf aangelegd dienen goed te worden gedicht.
    • de opgebroken opritten in kleinschalige verharding dienen oordeelkundig te worden hersteld, met minimale dikte van fundering in mager beton van 20 cm en een legbed van 3 cm zandcement. Gebroken of beschadigde klinkers of betontegels worden vervangen door identieke of gelijkwaardige exemplaren. Het bestaand legverband wordt gevolgd. De klinkers en betontegels dienen meermaals te worden ingezand. Kasseien worden met voegmortel of split terug ingevoegd.
    • bermen in steenslagverharding worden met de nodige steenslag heraangelegd, aarden bermen worden terug ingezaaid.
    • resultaten van de genomen slagsonde langs de sleuven in berm en opritten dienen op vraag van het gemeentebestuur ter beschikking te worden gesteld.
  • de nieuwe leidingen worden aangelegd op minimum 30 cm afstand van de bestaande hoofdriolering en ingebuisde grachten. Ze kruisen op minimum 20 cm afstand de bestaande huisaansluitingen op het rioleringsstelsel. Schade aan de openbare riolering (inclusief huisaansluitingen en kolkaansluitingen) ten gevolge van graafwerken wordt onmiddellijk gemeld aan het gemeentebestuur en oordeelkundig hersteld, waarvan het bewijs geleverd wordt door fotomateriaal.
  • leidingen aangelegd in de berm evenwijdig met de gracht dienen op minimum 50 cm van de kruin van de gracht te worden aangelegd.
  • in geval van werken ter hoogte van beplanting gelden volgende voorwaarden:
    • beschadiging aan beplanting dient zoveel mogelijk te worden voorkomen door middel van onderboring.
    • de te verwijderen beplanting dient vervangen te worden door nieuwe beplanting van dezelfde soort en maat ofwel dient de beplanting gedurende de duur van de werken (maximaal 1 week) te worden ingekuild en zo snel mogelijk opnieuw te worden aangeplant (bij droogte dient aan de beplanting regelmatig water te worden gegeven).
  • na de uitvoering van de werken dient het openbaar domein volgens de regels van de kunst in goede staat te worden hersteld.
  • het gemeentebestuur wordt in kennis gesteld van de einddatum van de werken zodat een nacontrole kan uitgevoerd worden in aanwezigheid van de opdrachtgever en uitvoerder.